Gedachten over hem
Karin schrijft:
“Ik vind dit niet zo’n lekker koekje.”
“Nee? Waarom niet dan?”
“Eh, het randje is wel lekker. Dat wel.”
Edwin in een notendop. Alles dat ik niet heb heeft hij wel en wat hij niet heeft heb ik. Zo is hij lang en ben ik klein, maar dat doet er niet toe en vind ik hem aardig. Nou zou ik er zelf ontieglijk veel moeite mee hebben als iemand me “aardig” zou bestempelen. Een persoon mag wel meer verwachten dan “aardig”. Maar Edwin is aardig. Ik hoef niet bang te zijn hem om hulp te vragen. Daar zit ‘m ook de kneep denk ik. Ik weet m’n grenzen wel. Want een ander zou er misschien net overheen gaan. En Edwin is en blijft aardig. Denk ik … Want zo goed ken ik hem niet.
“Waarom is het randje dan wel lekker?”
“Eh..” moment van stilte. “Nou..”
En geduld is een schone zaak. Edwin zou het uitgevonden kunnen hebben. Zelfs terwijl het intikken van hele msn zinnen hem tijd kost heb ik al twee bakken koffie gezet en gedronken. Bij wijze van spreken dan. Ik overdrijf. Edwin niet.
“Omdat het randje een zoetere smaak heeft dan binnenin. Niet dat ik dat minder lekker vind, ik vind het best lekker.”
Goed belezen. Technisch. Weet veel van allerlei zaken. Geleerd. Studiebol. Boeken. Musea. Rare muziek. Erg rare muziek. Muziek waar ik af en toe bij denk: okeeeej… Terwijl hij niet veel ouder is dan ik. Maar soms voelt het alsof Edwin in een andere wereld geboren is. Of ik. Of liggen in deze interesses erg ver uiteen.
“Wat vind je nou werkelijk van het koekje?”
Word je ooit boos, lieve Edwin? Ik zou bang worden denk ik. Ik kan me namelijk amper voorstellen dat je ooit zo boos (op mij) zou worden dat je in je volle woordenstroom vuur zou spugen. Dat komt omdat ik je aardig vind. Maar ik zou zo graag “aardig” anders willen omschrijven. Ik kan er even de juiste woorden niet voor vinden. Behalve het koekje. Met een zoet randje.
Soms liggen onze werelden ver uiteen. Dat is niet erg. Verschillen moeten er wezen. Zolang je samen eens van een koekje kan genieten…
Carolien schrijft:
Je stond al op me te wachten toen mijn trein arriveerde. Vrijwel direct een grote lach, het zat wel goed. We liepen en we spraken. Over de stad, over elkaar, de kunstwerken, over… over eigenlijk alles.
Je grote algemene ontwikkeling en je interesse in dingen was iets wat me direct aansprak en dat is ook nooit veranderd.
Je soms voorzichtige vragen, rekening willen houden met de ander, je kritische blik op zaken, je uitgebreide muzieksmaak.
Je geeft de richting die we moeten lopen soms aan met woorden, soms pak je me beet en ‘help’ je me oversteken. Het irriteert me soms, ik loop bewust door rood.
We kijken samen een dvdtje en naar ‘rozegeur en wodkalime’. De ruimte op de bank is beperkt, je vindt het geen probleem als ik mijn benen over de jouwe leg of op de grond met mijn rug tegen je aan zit.
Je luistert naar me als ik mijn misére over mijn liefdesleven over je uitstort en lacht soms smakelijk om mijn verhalen. Mannen hebben echt wel een eigen kijk op sommige (vrouwen) zaken.
Je smst soms net op momenten dat ik het nodig heb, als we elkaar proberen te bellen, doen we dat elke keer net op het verkeerde moment zodat we uiteindelijk maar een belafspraak maken.
Als ik iets doe wat je niet leuk vindt laat je dat op tactische wijze weten, ik ben er gevoelig voor en laat me corrigeren.
Je vertelt over zaken die je bezig houden en dingen die je niet zomaar aan iedereen zou vertellen. Je leert me dingen die ik nog niet weet en ik leer jou dingen die jij nog niet weet.
De dingen waar je onzeker over bent lach ik soms weg, soms praten we er over. Je wordt in dat geval drukker in je gedrag en raakt daarmee mijn allergie voor drukke mensen. Leerpuntje voor mij.
Of we vrienden zijn vroeg je me laatst. Ja, we zijn vrienden vond ik. En dat vind ik nog steeds.
Al vind ik wel dat het weer eens tijd wordt om samen te gaan koken…