rêverie v: sydney

Op de televisie was een prachtig vuurwerk boven het operagebouw in Sydney te zien. Britta zou daar vele jaren later echt heen gaan, haar vader leefde nog.

Daar waren vrolijke mensen, die proostten op het nieuwe millenium. Nu het communisme overwonnen is en de muur naar beneden gehaald, wist iedereen er zou een tijdperk van vrede beginnen. En de Milleniumbug zou volgens Maurice de Hond ervoor zorgen, dat we de komende duizend jaar de computer niet meer zouden kunnen gebruiken. Misschien was dat niet eens zo een slecht idee.

Mijn neus had een zakdoek nodig. Ik slofde de keuken in om wat voor mijn ouders in te schenken en in een moeite door wilde ik wat appelflappen mee naar binnen nemen. Het moment dat ik de koelkastdeur open deed op zoek naar de colafles, ging in de hal de telefoon. Iemand bleek mij aan de lijn te willen hebben. Eerst even het stukje keukenpapier weggooien, anders zou mijn snot de hoorn onnodig vuil maken.

rêverie iv: feestgeest

Sinds de kerstdagen was ik bevangen door een naargeestig gevoel, welke ik niet als de sneeuwvlokken van mijn jas schudden kon. Het was geen somberen, er leek eerder een onbeschrijfbare leegte in mij te zijn gegraven.

Daniëlle had me meegevraagd naar een feestje in de studentenflat, waar ze daarvoor gewoond had. Haar ex-vriend woonde er nog. Zou dat een reden voor haar zijn te gaan? Zo moest ik niet over haar denken, dat was een slechte gedachte.

Tot op heden was de telefoon stil gebleven. Waarom zou ze ook bellen? Zo gezellig was ik nu ook weer niet de laatste tijd. En sinds wanneer bellen meiden nu eigenlijk terug?

rêverie iii: secondes tellen

Het was de laatste dag van het oude millenium en ik lag bij mijn ouders wat op de bank van kanaal naar kanaal te zappen. Geen zin had ik om te gaan feesten. Dat jaar had ik in een opwelling mijn baan bij het CMA opgezegd en was net bij het Meertens begonnen. Voor het eerst in mijn leven ambtenaar. Ik had nog geen flauw idee, hoe ik het daar nu deed. Ik moest er zelfs nog van bekomen, dat ik überhaupt aangenomen was.

Een schone vrouw op televisie vertelde me in het Duits, dat deze dikke mannen vol betekende huiden een oud ritueel aan het dansen waren. Ik kon er zelfs met de grootste weerzin niet het nut van inzien, ik wilde het ook niet. Ik had geen zin in feesten. Dat had ik ook gezegd tegen iedereen. De toekomst ligt telkens weer ene tel verwijderd van het heden, van elk zo een moment geniet ik heus. Maar uitbundig en feestelijk de negentien in twintig zien veranderen, daar had ik werkelijk geen goesting naar.

rêverie ii: de laatste werkgroep

Over het terras aan de gracht scheen de zachte zomerzon. De laatste werkgroep van onze specialisatie was zojuist afgelopen en de groep had besloten, dat af te gaan drinken. ‘Zal ik naast je komen zitten?’ Ik veegde met mijn vrije hand het zand al van de stoel.

Je vroeg, hoe het met Anna ging. Die zou deze zomer voor het eerst naar Amsterdam komen, iets waar ik maar niet uitgesproken over raakte. ‘Mag ik je wat vertellen?’ Je ogen waren de boodschap al aan het verraden. ‘Ik heb pas iemand ontmoet en hij werkt in het Muziektheater. Ik wil nu al geen moment zonder hem zijn.’ Er was nog nooit iemand geweest, die jou zo gelukkig had kunnen maken. Je straalde.

rêverie i: de kennismaking

De eerste keer dat ik je binnen zag komen, bracht je sereniteit in al de drukte. In mijn verbeelding liep je kordaat op me af en glimlachte, terwijl je je ogen sloot en het hoofd langzaam naar beneden bewoog. Mijn hand pakte je en schudde deze in de jouwe. Je naam had ik nooit eerder gehoord. ‘Ik ben Friezin,’ vertelde je. Alsof dat een toverspreuk was, welke al de dingen zou kunnen verklaren. Niemand had het me kwalijk genomen, dat moment mijn hart aan je verloren te hebben. Ware je voorbestemd voor jongens als ik.