’s Ochtends - Hugo Claus
Zij vouwt zich open
Haar slaap: een lichte labiele lauwte.
Haar gewillige gebinte.
Eerder dan een geeuw
Kondigen haar billen aan
Dat zij wakker wordt.
En dan haar oogwit: sneeuw
In de ogen van mijn leeuwin.
Verschenen in: De groeten, 2002.
De kunst van het dragen - Hester Knibbe
We waren op tijd voor de intocht
Muziek droeg de stoet en we hoorden
wat muziek doet met een nauwe straat
en een hart dat te ruim zit - Acht
droegen zijn beeld op een baar. Dat het de kunst is
goed te dragen, een ritme te vinden samen balans
te bewaren zagen we daar; het moet een soort
wiegen zijn dat de angst voor het laatste
verdrijft. In beweging blijven
desnoods pas op de plaats.
Verschenen in: De buigzaamheid van steen, 2005
Niets - Cees Nooteboom
Het leven
je zou het moet je kunnen
herinneren
als een buitenlandse reis
en er met vrienden en vriendinnen
over na moeten praten
en zeggen
het was toch wel aardig,
het leven,
en flarden zien van vrouwen, geheimen
en landschappen
en dan tevreden achteroverleunen
maar doden kunnen niet achteroverleunen.
En ook verder kunnen ze niets.
Verschenen in: Gemaakte gedichten, 1970
Herinnering aan Holland - Hendrik Marsman
Denkend aan Holland
zie ik brede rivieren
traag door oneindig
laagland gaan,
rijen ondenkbaar
ijle populieren
als hoge pluimen
aan den einder staan ;
en in de geweldige
ruimte verzonken
de boerderijen
verspreid door het land,
boomgroepen, dorpen,
geknotte torens,
kerken en olmen
in een groots verband.
De lucht hangt er laag
en de zon wordt er langzaam
in grijze veelkleurige
dampen gesmoord,
en in alle gewesten
wordt de stem van het water
met zijn eeuwige rampen
gevreesd en gehoord.
Verschenen in: Verzamelde gedichten, 1995
Hittegolf 2:1 - David Van Reybrouck
ben je bereid te bloeden
met je huid van berkenhout
en je wervels aan de muur?
kan je nog splijten
tot houtskool en nacht
nu haar bed als een netel
een lucifer wacht?
hoe je stapels laat staan
en pakhuizen ontziet
hoe je met één veeg niet
het nachtkastje wreekt
wij verstaan dit niet
windstil is de zomer
en slapeloos het gloren
was de winter dan een ander gewas?
een hotelkamer
een plein vol plassen
spijt, even
onmisbaar als het ontbijt
Verschenen in: DWB, december 2005