oukbih

De verhuisdozen stonden nog te wachten om uitgepakt te worden, toen ik die ochtend slaperig wakker werd. We hadden de avond ervoor een mening van verschil gehad. We waren er niet uitgekomen en dat blijft dan een nacht lang malen. Terwijl het hete water door het filter druppelde, deed ik de stekker van de radio in het stopcontact. Het Radio1journaal bleek je helaas gelijk te geven, de aanval op Irak was begonnen.

Een tv had ik niet, die heb ik overigens nog steeds niet. Enigszins was ik daar ook wel blij om. De beelden, die de radio in mijn hoofd schiep, waren al heftig genoeg. Het Radio1Journaal had destijds een nieuwe verslaggever, die de Arabische media in de gaten hield. Hij bleek dezelfde verwondering over de situatie over te kunnen brengen, die mij in de begindagen van de oorlog de schrik om het lijf kon doen jagen

In veel gevallen bleek Mustapha Oukbih niet al te partijdig te kunnen zijn tegenover de Koerden, wellicht kwam dit doordat hij zijn eigen interessen en verleden een rol liet spelen in zijn verslaggeving. Al ging het niet zo ver, dat hij als een soort Lawrence of Arabia Koerdistan bevrijden wilde van de Irakezen en de Turken. Zo onpartijdig kon hij nog net blijven.

De verhuisdozen zijn al lange uitgepakt en de oorlog duurt nog steeds voort, waardoor Mustapha nog vele malen op het Radio1Journaal te horen geweest is. Zijn onbevangenheid lijkt hij in de loop der tijd verloren geraakt te zijn. Tegenwoordig weet hij elke bomaanslag en iedere onthoofding op een redelijk nuchtere wijze voor ons luisteraars thuis te duiden. Ik verwonder me dan ook, hoe iemand aan zo een situatie wennen kan. Of zal dat slechts de illusie zijn, die een verslaggever ons geven wil?

(oorspronkelijk gepost op FanlogRadio1Journaal)

stem

De oudere man blies zenuwachtig zijn adem de wachtkamer in. ‘Wat zal er nu gebeuren,’ hij hield voor even de adem in, ‘wat willen ze er voor in de plaats hebben?’ Zorgzaam legde zijn vrouw haar hand op zijn bovenbeen. ‘Hij heeft weken met me erover gediscussieerd, dan moest ik spelen dat ik tegen was. Hij wilde er vast en zeker van zijn, dat hij niet onterecht voor stemmen zou.’

De radiospotjes van de afgelopen tijd gonsden nog door mijn hoofd, zowel voor als tegen hadden het wapen van de demagogie opgepakt en de mensen vooral bang proberen te maken. Nergens had ik de positieve kanten van mijn voor- of tegenstem terug kunnen horen.

‘De grondwet had de dieren voor het eerst erkend als levende wezens, had de burgers van de unie een democratischer stelsel gebracht en had duidelijke grenzen gesteld aan de uitbreiding ervan,’ hij haalde een hand door zijn dunne haar, ‘Bovendien werd de soevereiniteit van de regio’s gewaarborgd, helaas met onfortuinlijke bijeffecten.’

De man nam bibberend een slokje van zijn water en verzuchtte: ‘China en de Verenigde Staten zullen in hun vuist lachen met dit resultaat. Zolang Europa niet met één stem optreedt, zal zij niet serieus genomen worden. Het gaat al zo goed met de economie binnen de Unie. Hoe zal dat nu gaan, de euro is al in een neerwaartse spiraal geraakt. Wanneer de huishouding stokt, dan kan Europa ook op andere terreinen niet langer voortgang maken. Het zal altijd beginnen bij een balans in evenwicht.’

‘Meneer en mevrouw Reuven? De tandarts wacht op u.’ Ze stonden van het bankje op, waarop de man me nog een hand gaf. ‘Jongen, het zal onze tijd wel wezen. Maar voor jou hoop ik, dat ik gister de verkeerde keuze gemaakt heb.’

weerwoord

‘Mensen begrijpen vaak niet, hoe het is om de dagelijkse leiding over een multinational te hebben. Vanuit hun luie stoel denken ze, dat je dan de wereld naar je hand zetten kunt in ene dag. Ik zou zoveel macht gehad hebben, dat ik de zieken zou kunnen genezen en al de noden kunnen ledigen. Ik heb mijn best gedaan, meer doen kon ik niet.

Als de muren rond Jericho zag ik tirannieën ineen storten en nog was het niet genoeg. Wanneer een mens verandering zoekt, zal hij geneigd zijn te luisteren. Wanneer een mens vastgeroest is in patronen, zul je voorbereid moeten zijn op de lange weg. Rome is niet gebouwd in ene dag, zeggen we wel eens. Als ik gezegd zou hebben, dat ze condooms hadden moeten gebruiken. Als ik dat nu gezegd had, waren ze dat dan gaan doen? Het woord is machtig, maar de mens is koppig in zijn gedrag. Als ik in mijn tijd de rol van de vrouwen in de organisatie vergroot had, had ik dan niet de behoudende factie van mij vervreemd en waren we nog verder van huis geweest? Zulke dingen moet je ene stap tegelijk doen. Zodat ze gaan geloven, dat het ook echt zijn wil is.

Tijdens een bezoek aan de lage landen was er een heftig protest, waar ik destijds wel bevreesd door ben geraakt. Men had zelfs een prijs op mijn hoofd gezet, wat de spot ten top is. Als ik daar het leven gelaten zou hebben, dan zou dat niet het einde van de organisatie betekend hebben. Dat zou betekenen, dat er weer stappen teruggezet zouden worden. Zulke dingen hebben dat soort mensen niet doorgehad. Ze kennen geen geduld. Het schijnt zelfs, dat de maker van dat pamflet er nog steeds trots op is. ‘Waarop?’, vraag ik u, ‘Welke zegeningen kan hij tellen?’ Zijn beweging leeft niet voort in de gedachten van de mensen, heeft ook niets blijvends achtergelaten.

Wij worden dan wel eens als een moloch afgeschilderd, maar de mensen krijgen er wel iets blijvends voor terug. Zelfs nu zien mijn tegenstanders waarschijnlijk niet, dat ook mijn heengaan weer zo een kleine stap is. Een teken, dat je niet tot het einde toe hoeft te vechten, maar op een gegeven moment je verlies mag nemen. Ze zullen wel niet begrijpen, dat de rest van de wereld eerst rustig zal moeten wennen aan het idee van versterving. Vanuit hun luie stoel denken ze, dat ik de wereld naar mijn hand had kunnen zetten in ene dag. Mensen begrijpen vaak niet, hoe het is om de dagelijkse leiding te hebben over een multinational.’

zee

Twijfel, twijfel over het al dan niet te doen. De vorige avond was het laat geworden, maar Hansje had al gezegd in het diepe te gaan springen op die koude eerste dag van het jaar. Zij is een held. Aukje en ikzelf, wij durven niet. Op het strand begint het toch te kriebelen. Iedereen begint zich om te kleden en te preparen voor het water. We doen leuk mee met de warming-up en maken veel foto’s van de soms eigenaardig uitgedoste badgasten.

Dan is het moment daar, dat de helden het water instormen. Ik probeer ze bij te houden. Het viel wat tegen, dat niet iedereen zich daadwerkelijk helemaal door het water liet onderdompelen. Maar wat had ik te klagen? Ik ging helemaal het water niet in. Ik maakte foto’s van de helden. Ik was de lafaard. Volgend jaar mogen anderen waarschijnlijk foto’s van mij gaan maken.

Na de duik weet Kees in de menigte Aukje te herkennen en met zijn vieren lopen we nog een stuk het strand van Scheveningen af. Onderweg weet ik een wit steentje onder het zand te vinden. Misschien dat iemand aan de andere kant van de wereld op dat vreselijke moment ook wel net een mooi steentje of misschien zelfs een scheermesje vond. Ik bijt op mijn lip en veeg het natte zand ervan af.

Zachtjes neurie ik: ‘Het is een mooie dag, een mooie dag voor…’ De zin durf ik niet af te maken. Het was een mooi gezelschap om de eerste dag mee te beleven, maar de zee behoudt voor mij nog even een angstaanjagende aanblik. Deze zee geeft en deze zee…

klassenavond

De naald werd op het vinyl gezet, waarna Simon leBon ons liet denken, dat we niet zomaar jongens waren. Nee, wij waren wilde jongens. Wilde jongens op onze eerste klassenavond, dat waren we. De bas liet S. flink vol door de toneeloefenruimte knallen. Dit gebouw deed me niet langer denken aan mondelingen Frans en proefwerken Wiskunde. Dit lokaal deed me duizelen van alleen maar de gedachte aan haar.
Plotseling ging de deur open, daar stond de rector. Op rustige toon vroeg hij ons het volume wat te temperen. De aula was verhuurd en de mensen aldaar zouden overlast kunnen ervaren. Ons antwoord niet afwachtend deed hij de deur weer toe. Had hij soms waarlijk verwacht, dat wij Culture Club op bejaardenniveau zouden kunnen afspelen?
Ze pakte mijn hand, trok me dichtbij haar lichaam en vroeg me of S. ‘Careless Whisper’ bij zich had. Grijnzend hield hij de grote schijf boven zijn hoofd en liet deze langzaam op de draaitafel neerdalen. Haar hand door mijn haar, haar hoofd op mijn borst. De naald daalde en… kraste in één keer door naar het midden. De deur was met een ferme klap open gegaan, in de opening stond de rector met de handen in de zij. Het was december 1984.
lees de rest van het bericht »