toilet maken

Wanneer je nieuw op een afdeling te werken komt, dan is het eerste waar je eigenhandig naar op zoek moet gaan het toilet. Een beetje binnensmonds probeer je het je druk bezette collega’s te vragen, maar eigenlijk durf je je darmbewegingen niet in het openbaar aan de orde te stellen. In het voorbijgaan van het damestoilet kijk je ongemakkelijk om je heen, maar je loopt toch door. Na twee rondes over de afdeling heb je het herentoilet toch zelf kunnen vinden en je opent de deur naar opluchting.

Een paar jaar geleden moest ik al op vreemde momenten naar het toilet. We waren op de Parade, waar twee gezellige travestieten de mobiele wc beheerden, waardoor van jezelf even rustig terugtrekken geen sprake zijn kon. Zelfs als je tussen de schotten plaats nam, maakten ze je zo aan het lachen met hun dubbelzinnige opmerkingen, dat goed richten opeens een serieus probleem werd. De man naast me kon zijn lachen ook niet ophouden en keek me hoofdschuddend aan. De donkere toiletjuffrouw grapte, of we niet aan het vergelijken waren. Dan wil je dus eigenlijk juist niet kijken gaan.

‘Jij hoeft je vriendin het zeker niet te vragen?’ Ik keek de man niet-begrijpend aan. ‘Soms wil ik haar wel eens vragen gaan,’ vervolgde de man, ‘of ze genoeg heeft aan mij. Of ze het prettig vindt, wat wij samen doen. Of ze misschien liever iemand heeft, die groter geschapen is.’ Toch een beetje nieuwsgierig geworden keek ik schuin naar beneden en vond daar niets, waar de man zich voor schamen zou moeten. Ik sloeg af, knoopte dicht, waste mijn handen en werd door de toiletjuffrouw met een knipoog vakkundig het toilet uitgewerkt. Een prachtige vrouw met lang donker haar nam mijn plaats tussen de schotten in. ‘Ik hoorde, dat je me iets te vragen had,’ hoorde ik haar hem vragen.

Op de afdeling was ik zeker de enige, die op het moment naar de wc moest, want ik had de vrije keuze uit drie deuren. De deur in het midden was voor het pissoir. Ik moest er lachen, dat de deur ervan op slot kon. Op deze afdeling geen geheime besprekingen tijdens het plassen. De linkerdeur deed ik open en ging opgelucht een klein beetje boven de bril zitten.

violet

Soms is spreken een steeple chase, dan struikel je in je enthousiasme over je eigen woorden en sterven alle goede bedoelingen in de kille waterbak een stille dood. Even diep ademhalen en goed je passen uitmeten, zodat de woorden je over de balk heen dragen en het water door.

Ze zal je begrijpen gaan. Ze zal je woorden op waarde schatten gaan. Haal diep adem. Laten je gedachten de keten van woorden vormen, die haar raken. Vervoer haar op die woorden.

Soms is luisteren een steeple chase, dan struikel je door andermans woorden over je gevoelens en leven je gedachten op in het warme water achter de hindernis. Even diep ademhalen en goed je passen tellen, zodat jouw tegenwoorden hem de vleugels geven.

behulpzaam

Een uur voor de film zou beginnen, hadden we op de Munt afgesproken. Zo was er nog tijd om wat te gaan drinken, voordat het ‘In a galaxy, far far away’ op het grote scherm verschijnen zou. Ik had alvast een koffie gehaald en was op de ronde bank voor de Nokia-winkel gaan zitten. Een groepje toeristen had het midden van de Kalverstraat uitgekozen om eens rustig de kaart van Amsterdam uit te gaan vouwen. Vertwijfeld keken ze om zich heen om uit te vinden, waar ze zich op dat moment nu eigenlijk bevonden.

Een groezelige vent met lange baard en een gescheurde plastic boodschappentas in zijn hand kwam op hun toegesneld en begon enigszins onsamenhangend plekken op de kaart aan te wijzen. De mensen stuurden hem niet weg, probeerden hem zelfs te begrijpen. Nu hij hun aandacht had, leken zijn gebaren meer samenhang te krijgen met de plekken, die hij op de kaart aanwees. Alsof er meer zekerheid in hem geslopen was. Zijn vinger gleed van de kaart naar de Bloemenmarkt, de Dam, het Muziektheater en het Rembrandtsplein, waarbij hij ook probeerde uit te leggen wat daar dan te vinden was. De toeristen bedankten hem vriendelijk en liepen kalm het zebrapad naar de Munttoren over.

De vent aarzelde, liep enigszins twijfelend heen en weer, waarna hij de groep achterna ging. Hij probeerde de man van het gezelschap aan te spreken, die hem nu toch een beetje vervelend begon te vinden. De man liet dat dan ook duidelijk in zijn lichaamstaal blijken. Aarzelend bleef de vent stilstaan, keek even in zijn plastic tas en liep toen weer op hen toe. De man uit de groep had enkele woorden met hem, deed zijn hand in de broekzak en haalde er wat kleingeld uit. Daarop pakte de vent iets uit zijn boodschappentas, wat ik niet zien kon, en gaf het aan de man. Hij boog daarna het hoofd, wenste ze een fijne avond en snelde weg in tegengestelde richting.

De toeristen gooiden het gegevene in de eerste de beste prullenbak en keken elkaar hoofdschuddend aan. Mijn telefoon ging. Je zou wat later komen, maar dat je het wel zou gaan redden voor aanvang van de film. En ik, ik kon alleen maar denken: ‘Hoe komt iemand in zulke omstandigheden te leven?’

volgepakt

‘Wat fiets jij ongelukkig, je kunt zo niet eens tussen de auto’s door zonder gevaarlijke toeren uit te halen!’
‘Even naar de Etos geweest..’
‘Wat zit er in die tas dan?’
‘Shampoo, deodorant en doucheschuim.’
‘Maar dat is voor een heel weeshuis, wat je daar in die tas hebt.’
‘Het was in de aanbieding…’
‘Je bent geschift!’
‘Nee, ik ben Nederlander.’
‘Rij je wel voorzichtig, Nederlandertje van me?’

laatste roker

Met mijn fiets peddelde ik in de waterige voorjaarszon naar de tuinsteden, waar één van mijn vrienden was gaan wonen. Het was mooi weer en ik had best zin om lekker bij hem in de tuin een biertje te gaan drinken. De flesjes rammelden voorzichtig op de bagagedrager. In de verte was een zwarte rookpluim te zien, de boeren waren zeker iets aan het verbranden. De rook bleek echter vanuit de nieuwbouwwijk te komen. ‘Niet iedereen blijkt te kunnen bbq’en,’ dacht ik heimelijk. Met de geur van verbrand vlees in het hoofd keek ik eens naar links en naar rechts, waarna ik rustig door rood kon fietsen. Op deze dag scheen iedereen de buurt ontvlucht te zijn.

Verschrikt merkte ik, dat de pluim uit zijn tuin bleek te komen, wat mij mijn tred deed versnellen. Hij was inderdaad achter een hoop spullen aan het verbranden, ik begreep er niets van.’Dat je al haar spullen weg zou doen, daar kan ik inkomen. Maar waarom ben je ook al jouw kleding aan het verbranden?’ ‘Je weet toch, dat ze rookte? In al die jaren is de nicotine overal ingetrokken, alles in huis ruikt nog steeds naar haar. Dat ik haar kwijt ben, daar kan ik nu wel mee leven. Maar ik wil niet constant aan haar herinnerd worden.’ Ik opende een biertje, doofde het vuur met de inhoud ervan en ging eens rustig naast hem zitten.