ramses

Hij zat op de trap voor zijn woning met wat jonge jongens om zich heen. ‘Mag ik je wat vragen,’ vroeg hij jou in het voorbijgaan. Je was stil blijven staan, alhoewel je niet begrepen had wat hij had gezegd. Zijn stem moet je vertrouwd overgekomen zijn, dat moet haast wel.

‘I am sorry, but I don’t understand Dutch,’ vertelde je hem, ‘Do you speak any English?’ Hij zette zijn zonnebril op, leek de jongens voor even vergeten te zijn en nam je hand tussen zijn eigen gerimpelde handen. ‘My dear, I wandered around this world. I could speak any language you would like me to speak.’ Hij vertelde je over zijn moeder en hoe hij in de oorlog hier terecht gekomen was. Je luisterde. Je moest wel luisteren, zoals iedereen altijd weer door hem gefascineerd raakte. Zachtjes begon hij voor je te zingen, alsof er voor hem op de hele wereld niemand anders bestond dan jij: ‘Voor degene met ‘t open gezicht, voor degene met ‘t naakte lichaam, voor degene in ‘t witte licht, voor degene die weet, we komen samen’.

Met van opwinding verkleurde wangen stond je op, omhelsde hem en bad hem een goed leven. Met zijn vochtige hondenogen keek hij me aan. ‘Wees zuinig op haar, zo zijn er niet velen.’ Onderweg naar huis leek je wel een vuurvliegje. Je zag mij naar je staren, waarop je fluisterde: ‘He seems to understand life better than anyone, such a shame that it seems to have caught up with him.’

serietongzoener

Stel, ik zou op de Rozengracht voor rood licht te wachten staan en een mij onbekende meid zou mij onverwacht en zonder waarschuwing vooraf kort doch heftig tongzoenen. Stel, dit zou gebeuren. Afhankelijk van hoe ze eruit ziet, zou ik in het ene geval dan erin meegaan door te checken of ze die ochtend wel geflost had en in het andere geval haar tong afgebeten hebben of zou ik te verbijsterd zijn geweest om überhaupt iets te ondernemen?
     Zou de reactie op een dergelijke aanranding, wat dit technisch gesproken nog wel is, afhangen van de aantrekkingskracht van de ander op jezelf? Wanneer het niet geoorloofd is, dan zou de ander immers met welk lichaamsdeel dan ook van je af moeten blijven. Het zou gewoonweg niet mee mogen wegen. Maar zou de reactie in deze gevallen anders uitvallen, wanneer de ander bijzonder welgevallig blijkt te zijn?

terugreis

Zondag bracht mijn vader me ’s avonds met de auto terug naar huis. Onderweg hoorden we, dat het treinverkeer naar Amsterdam Centraal weer langzaam op gang kwam. Daar had ik geluk gehad met zo een vader, anders was ik waarschijnlijk in Zaandam gestrand. Hij liet me al de handigheden en verbeteringen aan zijn nieuwe auto zien en ik moet zeggen, dat dit een enorme luxe was om in gereden te worden. ‘Jij hebt niet echt iets met auto’s,’ zei mijn vader, toen we de Hemweg opreden. Dat is waar, maar ik kan maar al te zeer blij voor hem zijn.

blind date

De NL20 is een gratis uitmagazine voor Amsterdam. Het is, zeg maar, de PS voor de mensen, die het Parool niet willen kopen, met elke week weer leuke recensies over restaurants, café’s nieuwe winkeltjes en muziek. Daarnaast staan er twee vlotte interviews in en de vaste rubrieken De Paskamer en Blind Date.

Wanneer ik ’s woensdags de krant bij de sigarenman haal en meteen de nieuwe NL20 meeneem, is Blind Date de eerste rubriek die ik opsla. Het verbaast me toch elke keer weer, dat de vonk tussen de twee slachtoffers maar nooit over lijkt te slaan. Komt één van hen dan met bovengemiddelde verwachtingen binnen, zodat de ander wel tegen moet vallen? Is de romantiek uit Amsterdam verdwenen?

Soms voel je echt medelijden met een blind dater, zoals deze week. Theatermaker Richard Trevord had een blind afspraakje met ‘radiomaakster’ Eline laCroix in café Helden. Al dan niet grappig bedoeld, schijnt dit lichtgewichtje onmiddellijk gecontroleerd te hebben of de arme Richard negentien centimeter in huis had. ‘Hoe oppervlakkig kun je zijn?’, denk ik dan terloops. De jongeheer scheen niet te voldoen, waarop zij na een half uurtje vertrok met de smoes moe te zijn. Hij is daarop met vrienden de kroeg ingegaan, waar zij hem ’s nachts opbelde met de vraag of hij nu dwangmatig de hand aan zichzelf aan het slaan was. Bedenk dan nog eens, dat dit gesprekje onderdeel was van haar radioprogramma en je kon niet anders dan denken, dat zij absoluut niet spoorde. ‘Ik heb zoiets van whatever. Word volwassen, Eline!’ Een betere reactie had Richard niet geven kunnen.

Volgende week zou ik in de NL20 graag eens willen lezen, dat twee mensen een hele fijne date gehad hebben en elkaar zeker nog eens willen zien. Dat ze zichzelf de tijd gunnen elkaar te leren kennen, waaruit dan een zacht soort verliefdheid tussen hen ontstaat. Dan zou ik daar namelijk zelf ook weer in gaan geloven, want na Eline laCroix heb ik dat echt nodig.

eigenwijs

ei·gen·wijs (bn.)
1 te zeer overtuigd van eigen kennis of beleid => eigengereid, eigenwillig, eigenzinnig, gelijkhebberig, neuswijs
2 (van zaken) op een eigen manier grappig

Eigenwijs ben je! Dat zei en zegt ze al tegen me sinds ik ben geboren. In de nieuwe zomerjas naar school.. ook al was de temperatuur nog bijna rond het vriespunt, persé willen schaatsen op natuurijs terwijl mijn enkel nog in het verband zat van een val omdat ik met alle geweld wilde skateboarden.
In mijn schoolrapporten stond steevast wel ergens dat ik eigenzinnig was.
Kan ‘callalientje zalluf wel’ zei ik al toen ik net kon praten.

En eerlijk is eerlijk, ‘ze’ hebben allemaal gelijk gehad. Ik ben nog steeds eigenwijs, stronteigenwijs.

Mensen die eigenzinnig, eigenwijs zijn hebben eigenlijk ook altijd wel een soort aantrekkingskracht op me. Lekker zelf denken en niet alles zomaar voor waar aan nemen.
Dat kan nog verrassende dingen opleveren en nieuwe impulsen geven. Tenminste, dat denk ik dan.

Dat het bij mijn eigenwijze collega nu anders loopt is eigenlijk best wel triest. Er zo van overtuigd zijn dat alles wat je doet goed is en dat de klachten die er zijn niet kloppen… dan doe je jezelf tekort.
Star is hij, hij wil het niet zien.
Een verkeerde vorm van eigenwijs zijn in mijn opinie.

Ik denk dat ik binnenkort een collega op niet fijne wijze ga zien vertrekken.