ochtend
Ochtend - Esther Jansma
Had jij je gezichtje uitgeleend? Nam je
voor even maar andere ogen? Een mond
voor vuurtaal, watertaal? Je zong
naar twee werelden maar verloor deze.
Je hield je aan ons vast. Niet waar,
je lag stil en je sprak met geesten.
Onder je dekens opent leegte
haar scharen. Verlangens brak op je lippen
in o’s en a’s uiteen. Ochtendlicht
hangt in druppels gevangen aan je
vingers, je wangen zijn koel. Dit is
het ogenblik waarin de bomen zuchten
en zich openvouwen en tere groene
dieren vluchten achter de vonkende
weerloze handen die spinnewebben zijn,
ons achter zich latend, op ons netvlies
nog even de schaduw van een hiel of
een vleugel, dan niets. Ach kindje
elfen zijn zwak en ze sterven als gekken
en wij, wij vergeten al hoe vol
het licht ooit op je viel, hoe je hier ligt,
dit stille nu vol jij, zozeer jezelf
en voorbij, godverdomme, voorbij.
Verschenen in: Hier is de tijd, 1998.
Plaats een opmerking