sinterklaasnorm
‘Het moest maar eens afgelopen zijn met die chaos’, moet het NEN in november 2003 gedacht hebben en publiceerde de NEN0512(nl), de leidraad voor de viering van het Sint-Nicolaasfeest.
Archief voor november 2006
‘Het moest maar eens afgelopen zijn met die chaos’, moet het NEN in november 2003 gedacht hebben en publiceerde de NEN0512(nl), de leidraad voor de viering van het Sint-Nicolaasfeest.
Immortellen xlix - Piet Paaltjens
Wel menigmaal zei de melkboer
Des morgens tot haar meid:
‘De stoep is weer nat.’ Och, hij wist niet,
Dat er ’s nachts op die stoep was geschreid.
Nu, dat hij en de meid het niet wisten,
Dat was minder; - maar dat zij
Er hoegenaamd niets van vermoedde,
Dat was wel hard voor mij.
Verschenen in: Snikken en Grimlachjes, 1867
Voor 4 personen
Verwarm de oven voor op 220° Celsius.
Verwarm 50 ml olijfolie in een koekenpan en voeg de knoflook toe. Bak de knoflook ongeveer 3 minuten op middelhoog vuur. Voeg de paddestoelen toe. Bak de paddestoelen 8 minuten in 25 ml toegevoegde olijfolie, totdat het vocht verdampt is. Breng de paddestoelen op smaak met zout en peper. Neem de pan van het vuur en bewaar de paddestoelen afgedekt in een kom.
Doe de aardappelen in een ovenschaal, bestrooi ze met de rozemarijn, 50 ml olijfolie en het zout. Bak de aardappelen circa 25 minuten in de oven tot ze lichtbruin kleuren. Neem ze uit de oven, dek ze af met aluminiumfolie en houd ze warm.
Verwarm in een koekenpan 25 ml olijfolie en bak hierin de hazenrugfilets op middelhoog vuur in circa 4 minuten aan beide kanten. Blus ze af met de marsala. Voeg daarna de wildfond toe en gaar de filets in 5 minuten. Neem de filets uit de pan en bewaar afgedekt met aluminiumfolie op een bord op een warme plaats.
Draai het vuur hoger en laat de saus in de pan voor 2 minuten licht inkoken. Snij de van binnen rosé gebleven filets in plakken en verdeel over 4 borden. Verdeel de saus over de filets en schep de paddenstoelen en aardappelen om het vlees heen.
Bestrooi met peterselie en serveer onmiddelijk.
Bron: Tip Culinair
Nu moet u de afgunst van de Friezen voor het westen, en dan met name voor de hoofdstad, altijd met een korrel zout nemen. Anders zouden er immers meer Friezen nog daadwerkelijk in voornoemde noordelijke provincie wonen, nietwaar?
Hoe kwam ik hier ook alweer op? Oh ja, de heer J. Douwenga en consorten heeft weer een ‘ouderwets lekker’ dropje onze kant doen opkomen. Dit keer is het, u raadde het waarschijnlijk al, de Stavorense Stoofpeertjes Drop. Dit zou stevige volzoete drop moeten zijn met de karakteristieke smaak van in rode bessensap gestoofde peertjes.
Nu hebben Gieser Wildeman natuurlijk helemaal geen bessensap nodig om de rode kleur te bekomen, maar dat terzijde. Mensen willen nu eenmaal vals spelen. Deze drop zou dus de smaak van stoofperen moeten hebben. Helaas heb ik die, na de halve doos van deze tamelijk onsmakelijke drop geprobeerd te hebben, nog niet kunnen waarnemen.
Nieuwsgierig naar de reden hiervoor heb ik de ingrediëntenlijst op de verpakking gelezen en wat zat er zoal in dit dropje: suiker, glucose-fructosestroop, Arabische gom, gemodificeerd zetmeel, gelatine, zoethoutwortelextract, salmiakzout, gerstemoutextract, aroma’s, voedingszuren, kleurstoffen en glansmiddel. Behalve dat dit dropje overduidelijk niet geschikt is voor vegetariërs, niet smaakt naar stoofperen, is er dus ook geen enkele stoofpeer gebruikt bij de vervaardiging van dit dropje.
Op de achterkant van de verpakking van dit nieuwe ‘Oldtimer’-dropje beklaagt de heer J. Douwenga zich, dat hij tijdens het jaarlijkse zoetwarencongres te Amsterdam op 18 oktober 1951 tijdens een lunch ter ere van hem slechts liflafjes geserveerd kreeg door de kortgerokte jongedames (dat meneer Douwenga zich dit detail weet te herinneren, geeft toch wel te denken). Een hoofdpijn veinzend, maakte dit heerschap voortijdig de overtocht naar Stavoren, alwaar hij in een Friese herberg draadjesvlees met stoofperen voorgeschoteld kreeg.
De kinnesinne tegenover de hoofdstad is een nogal populair tijdsverdrijf geworden, waar de reden daartoe mij nogal duister is. Ook bij deze door onze gastvrije Amsterdamse vrouwen klaarblijkelijk opgegeilde Fries is de reden voor de tirade tegen onze hoofdstad mij een volkomen raadsel. Ik bedoel, de firma Zegsman en zonen geeft hem een gratis lunch, die hij onder valse voorwendselen voortijdig verlaat. En dan vertelt hij doodleuk op de verpakking van zijn nieuwe drop, dus niet in het gezicht van de dames en heren van Zegsman en zonen, de ware reden: de gratis maaltijd was hem te min. De man die ons nu stoofperendrop zonder stoofperen probeert te verkopen was een gratis Amsterdamse maaltijd ter ere van hem te min. Zo zout had ik ze nog niet geproefd.
Maar misschien moet ik de afgunst van de Friezen voor de hoofdstad met een korrel zout nemen. Anders zouden er immers meer Friezen nog daadwerkelijk in voornoemde noordelijke provincie wonen, nietwaar?