Meisjesgenade - Ingmar Heytze
Je woont in mijn borst en je wilt er niet uit.
In dromen verschijn je weelderig naakt
als buikdanseres in een lichtblauwe fles,
vereeuwigd in marmer naast schalen vol fruit
of in zwart met een bloedrode zeis voor mijn hart.
Treiterig woel je mijn hijgende armen
om zwetende kussens. Rond middernacht
open je mijn ogen, brengt mijn hand
naar mijn kruis, tikt op mijn vingers en verdwijnt
met een speelse, geruisloze plof in mijn buik.
Daar zwier je dan rond in prinsessengewaad.
Ik draaf er in zotskap vergeefs achteraan,
ziek en misselijk van het in cirkels gaan.
Ik zou willen smeken om meisjesgenade
wanneer ik maar wist dat die zou bestaan.
Verschenen in: Woorden van de allesvrezer, 1997

Voor 8 personen
- 1 kilo abrikozen
- 200 gram suiker
- 200 ml water
- sap van ½ citroen
Was de abrikozen en verwijder de pitten en steeltjes.
Doe de suiker met het water en citroensap in een pan en breng dit aan de kook. Laat het 5 minuten zachtjes doorkoken en laat alles vervolgens volledig afkoelen.
Draai de abrikozen in de keukenmachine fijn. Voeg het suikerstroopje toe en laat de machine draaien tot het mengsel romig is.
Giet het mengsel in ijsblokjeshouders. Dek de bakjes af met plasticfolie en laat het mengsel in een hele nacht bevriezen.
Doe de blokjes de volgende dag met kleine hoeveelheden tegelijk in de keukenmachine en draai er een fijne, zachte brij van. Schep al de fijngedraaide granita in een schaal, dek deze af met plasticfolie en zet de schaal terug in de vriezer.
Haal de schaal 15 minuten voor het opdienen uit de vriezer.
Vertrek van dochters - Rutger Kopland
Ze moesten inderdaad gaan, ik had het gezien
aan hun gezichten die langzaam veranderden
van die van kinderen in die van vrienden,
van die van vroeger in die van nu.
En gevoeld en geroken als ze me kusten,
een huid en een haar die niet meer voor mij
waren bedoeld, niet zoals vroeger,
toen we de tijd nog hadden.
Er was in ons huis een wereld van verlangen,
geluk, pijn en verdriet gegroeid, in hun
kamers waarin ze verzamelden wat ze mee
zouden nemen, hun herinneringen.
Nu ze weg zijn kijk ik uit hun ramen en zie
precies dat zelfde uitzicht, precies die
zelfde wereld van twintig jaar her,
toen ik hier kwam wonen.
Verschenen in: Dit uitzicht, 1982.

- 100 gram gedroogde abrikozen
- 150 ml sinaasappelsap
- 100 gram roomboter, op kamertemperatuur
- 100 gram bruine basterdsuiker
- 2 eieren
- 100 gram amandelen, fijngemalen
- 175 gram zelfrijzend bakmeel
- 2 eetlepels volle melk
- 50 gram koffiebonen (van chocolade)
- 85 gram pecannoten, gehalveerd
- poedersuiker
Warm de oven voor op 180 graden Celsius.
Beboter een cakeblik van 1,2 liter en bekleed hem met bakpapier.
Snij de abrikozen in grove stukken. Verwarm in een klein steelpannetje op een laag vuur de abrikozen samen met de sinaasappelsap in circa 5 minuten. Laat het afkoelen.
Doe de boter, suiker, eieren, amandelen, bloem en melk in een mengkom en roer deze door tot een glad mengsel is ontstaan. Roer er de abrikozen, koffiebonen en 2/3 van de pecannoten door.
Stort het mengsel voorzichtig in het cakeblik en strijk het glad. Strooi de resterende pecannoten over de bovenkant. Bak het brood gedurende 60 minuten in de oven gaar.
Haal het blik uit de oven en laat het 5 minuten op het aanrecht rusten.
Stort het brood op een ovenrek en bestrooi de bolle bovenkant met poedersuiker. Laat het brood afkoelen en verpak het in aluminiumfolie.
Het brood is in de broodtrommel een week houdbaar, het brood kan ook ingevroren worden en is dan tot 2 maanden houdbaar.