Het hele terras was in blauw en wit gehuld of was op zijn minst op de hand van de Zuid-Amerikanen. Het hele terras? Op een rij zaten vijf meiden ingespannen naar de wedstrijd te kijken. De backpacks hadden ze voor de stoel gezet, de wangen geverfd in de drie kleuren van hun voetbalploeg: het rood, zwart en goud van de tegenstander.
Volkomen tegengesteld aan de rest van de terrasgangers reageerden ze op de wedstrijd, wat tot een speelse animositeit over een weer leidde. Voordat de strafschoppen genomen moesten worden, gaf een Zuid-Amerikaanse macho ze een rondje Duits bier. Dat er toch wel iets goeds uit het land van onze oosterburen afkomstig was. Hun ogen vertelden hem, dat de uitslag van de wedstrijd hem nog wel een zou kunnen verbazen.
In de verte werd de naam van het Europese land luid gescandeerd, de meiden namen het over. Het blauw en witte legioen probeerden erover heen te komen, maar dit lukte hen echter niet. Een hand werd opgestoken. De strafschoppenreeks nam een aanvang en eenieder keek weer ingespannen naar het beeldscherm.
Bij een rake strafschop van die Mannschaft veerden telkenmale slechts vijf meiden op. De rest van het terras jammerde bij weer een gestopte strafschop.
De wedstrijd was gelopen, de meiden werden gefeliciteerd en kregen vele rondjes van de beteuterde Zuid-Amerikanen. Maar dat je midden in de hoofdstad ervoor uit kon komen aanhanger van ons buurland te zijn, daar moest ik nog even aan wennen.
De temperatuur op kantoor is ondragelijk, wanneer Zij haar eerste schreden in de kamer zet. Hoofden draaien mee, om maar niets te hoeven missen. Ze pakt de Libelle van de plank en begint te bladeren. Een luide zucht is hoorbaar, er is nog hoop.
We ontvangen een herderlijk schrijven
van schaduw. Herinneren ons een hand
in de nek, die nog altijd zegt
iets zegt
iets, oud nieuws waarop we
blijven wachten.
Ach, een slapend jong meisje te zijn,
de lippen half open,
met een geur van niets om haar heen.
We blijven haken,
overtreden wetten, laten
ons betrappen op een blik
in de verte waar wolken zijn.
De handen weerloos boven
een deken, de haren
verward van schuldeloosheid.
4 chorizo-worstjes, elk worstje in 3 stukken stukken gesneden
250 gram winterwortel, in stukjes gesneden
250 gram rode paprika, in stukjes gesneden
4 rode uien, gesnipperd
1 blik tomatenstukjes
2 dl witte wijn
Meng 6 eetlepels olijfolie met de pepertjes, knoflook, basilicum, thijm, zout, peper en limoensap. Wrijf de kip hiermee stevig in en laat deze minstens een nacht en maximaal 2 dagen in de koelkast intrekken.
Verhit een paar eetlepels olijfolie in een braadpan en bak de kippendijen rondom lichtbruin, neem ze uit de pan en houd ze apart. Voeg wat nieuwe olie toe aan de olie die in de pan is overgebleven en bak hierin de spekreepjes, chorizo en fruit de groenten aan.
Doe de kip erbij en blus af met de witte wijn. Leg het deksel op de pan en laat zachtjes ca. 1½ uur sudderen tot de kip helemaal gaar is, de laatste 30 minuten zonder deksel.