dageraad
Het daghet inden oosten
Het daghet inden oosten
Het lichtet oueral
Hoe luttel weet mijn liefken
Och waer ick henen sal
Och warent al mijn vrienden
dat mijn vianden zijn
Ick voerde v wten lande
Mijn lief mijn minnekijn
Dats waer soudi mi voeren
Stout ridder wel gemeyt
ic ligge in mijns liefs armkens
Met grooter waerdicheyt
Ligdy in ws liefs armen
Bilo ghi en segt niet waer
Gaet henen ter linde groene
Versleghen so leyt hi daer
Tmeysken nam haren mantel
Ende si ghinc eenen ganck
Al totter linde groene
daer si den dooden vant
Och ligdy hier verslaghen
Versmoort al in v bloet
dat heeft gedaen v roemen
Ende uwen hooghen moet
Och lichdy hier verslaghen.
die mi te troosten plach
Wat hebdy mi ghelaten
So menighen droeuen dach
Tmeysken nam haren mantel.
Ende si ghinck eenen ganck
Al voor haers vaders poorte
die si ontsloten vant
Och is hier eenich heere
Oft eenich edel man
die mi mijnen dooden
Begrauen helpen can
Die heeren sweghen stille
Si en maecten gheen geluyt
dat meysken keerde haer omme
Si ghinc al weenende wt
Si nam hem in haren armen
Si custe hem voor den mont
In eender corter wijlen
Tot also menigher stont
Met sinen blancken swaerde
dat si die aerde op groef
Met haer snee witten armen
Ten graue dat si hem droech.
Met haer snee witte armen
Nv wil ic mi gaeu begeuen
In een cleyn cloosterkijn
Ende draghen swarte wijlen
Ende worden een nonnekijn
Met haer claer stemme
Die misse dat si sanck
Met haer snee witten handen
dat si dat belleken clanck.
Verschenen in: Antwerps Liedboek, 1544.

Anne-Lise schreef:
Hé, dat was mijn tweede keus!
¶ Gepubliceerd op dinsdag 25 april 2006 om 23:26 citeer
marieke schreef:
Nu ik het weer lees, herinner ik het me van de middelbare school. Dat oud-hollands heeft wel wat.
¶ Gepubliceerd op maandag 1 mei 2006 om 21:58 citeer