dageraad

Het daghet inden oosten

Het daghet inden oosten
Het lichtet oueral
Hoe luttel weet mijn liefken
Och waer ick henen sal

Och warent al mijn vrienden
dat mijn vianden zijn
Ick voerde v wten lande
Mijn lief mijn minnekijn

Dats waer soudi mi voeren
Stout ridder wel gemeyt
ic ligge in mijns liefs armkens
Met grooter waerdicheyt

Ligdy in ws liefs armen
Bilo ghi en segt niet waer
Gaet henen ter linde groene
Versleghen so leyt hi daer

Tmeysken nam haren mantel
Ende si ghinc eenen ganck
Al totter linde groene
daer si den dooden vant

Och ligdy hier verslaghen
Versmoort al in v bloet
dat heeft gedaen v roemen
Ende uwen hooghen moet

Och lichdy hier verslaghen.
die mi te troosten plach
Wat hebdy mi ghelaten
So menighen droeuen dach

Tmeysken nam haren mantel.
Ende si ghinck eenen ganck
Al voor haers vaders poorte
die si ontsloten vant

Och is hier eenich heere
Oft eenich edel man
die mi mijnen dooden
Begrauen helpen can

Die heeren sweghen stille
Si en maecten gheen geluyt
dat meysken keerde haer omme
Si ghinc al weenende wt

Si nam hem in haren armen
Si custe hem voor den mont
In eender corter wijlen
Tot also menigher stont

Met sinen blancken swaerde
dat si die aerde op groef
Met haer snee witten armen
Ten graue dat si hem droech.

Met haer snee witte armen
Nv wil ic mi gaeu begeuen
In een cleyn cloosterkijn
Ende draghen swarte wijlen
Ende worden een nonnekijn

Met haer claer stemme
Die misse dat si sanck
Met haer snee witten handen
dat si dat belleken clanck.

Verschenen in: Antwerps Liedboek, 1544.

Miwian: Dichters op Dinsdag

Opmerkingen

  1. Anne-Lise schreef:

    Hé, dat was mijn tweede keus!

  2. marieke schreef:

    Nu ik het weer lees, herinner ik het me van de middelbare school. Dat oud-hollands heeft wel wat.

Plaats een opmerking

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden met derden. Vereiste velden zijn aangeduid met een *

*

*