drie in de pan
Mijn grootmoeder heeft voor een groot deel mij de vreugde voor het koken bijgebracht. Als klein kind mocht ik nimmer in de buurt van het gasstel komen, maar van het maken van het beslag voor deze ‘dikkertjes’ zou ik wis en waarachtig groot en sterk worden.
- 250 gram bloem
- 7 gram bakpoeder
- 1 theelepel zout
- 3 dl melk
- 1 klein ei
- 100 gram rozijnen
- 50 gram boter
- suiker
Vermeng in een kom de bloem en het bakpoeder met het zout. Maak een kuiltje in het midden en schenk hierin het losgeklopte ei en 2 dl melk. Roer er, van het midden uit, een dik beslag van. Verdun het beslag geleidelijk met de rest van de melk. Roer de rozijnen door het beslag.
Verhit een deel van de boter in een koekenpan en schep er drie pollepels beslag in de pan. Bak er langzaam koekjes van, keer ze als de bovenkant droog is en laat ze bakken tot ze gaar en goudbruin zijn. Bak op dezelfde wijze de rest van het beslag tot koekjes.
Geef ze warm, bestrooid met suiker.
Plaats een opmerking