klant is koning
De platenzaak kwam ik binnen met het idee, die hele tent eens helemaal te gaan verbouwen. De dag ervoor had ik de nieuwe dvd van Bløf aangeschaft en thuis onmiddelijk in de cdlade van de computer gestopt, waar het zilveren schijfje de computer compleet bevriezen deed.
Dat kon niet de bedoeling zijn en in mijn hoofd begon zich al een scenario voor de volgende dag af te spelen. Mijn hoofd rood aangelopen tikte mijn rechterwijsvinger resoluut op de luisterbalie, waarbij mijn lippen zuinigjes toegeknepen zouden staan en uiterst vervaarlijk de puistenkop tegenover me zouden aankijken. Even daarvoor zou ik op luide toon te kennen hebben gegeven, dat ik van de vervanging van deze dvd door de cd-versie en bovendien het verschil in bonnen terug moest hebben. Ik was er al vanuit gegaan, dat de puber niets voor mij zou kunnen betekenen en ik had me al voorgenomen, dat het minste dat ik hem voor de voeten werpen zou zijn te dreigen met de Consumentenbond en Ook Dat Nog.
Behoorlijk opgefokt liep ik de wenteltrap op, al mijn testosteron gebald in die o zo belangrijke rechterwijsvinger. Daar stond de vijand: de verkoper. Nu niet meteen al mijn kruit verschieten, rustig blijven en je niet meteen laten kennen. Ik legde de DVD op de balie, waarop een glimlach ontstond op zijn gezicht. ‘Heb jij ook problemen met het afspelen van de DVD op je computer? Had ik ook. Ik zal even de CD voor je pakken, dan krijg je het verschil van me terug.’ Verbouwereerd kon ik slechts instemmend knikken. De verkoper haalde een in cellofaan verpakte versie van Umoja van achter en pakte het wisselgeld uit de kassalade. Ik keek in mijn open rechterhand, alles leek te kloppen.
Ik mompelde bedankt en liep enigszins kwaad de winkel weer uit. Stennis wilde ik schoppen, mijn gelijk op zeer luide toon gaan halen. Hoe had hij mijn opgebouwde hormoonhuishouding kunnen negeren door zo vriendelijk en hulpvaardig te zijn? Waar moest ik die opgefoktheid nu laten? En dit was toch Amsterdam, waar de klant op zijn minst genegeerd wordt? Ik moest nog dromen, dit was wis en waarachtig een nachtmerrie.
Lopend naar huis boog mijn drieste dolheid om in verbazing. Zou het in de hoofdstad dan toch kunnen, dat de klant koning zijn kan?
Plaats een opmerking