school

‘Zal ik nog een eindje met je meelopen?’ - Hagar Peeters

Ja hoor. Je mag meelopen tot het stoplicht,
of tot de eerstvolgende tunnel.
Tot de derde straat rechts,
tot de ingang van het park.
Tot bij het ziekenhuis, tot voorbij
het ziekenhuis, tot aan mijn huisdeur.

Je mag meelopen tot in mijn kamer,
tot het glaasje van het een of ander,
tot ik mijn tanden heb gepoetst
of tot het eerste ochtendlicht
over de stoel met kleren valt.

Tot de bouwvakkers aan het werk gaan,
tot de school weer is begonnen,
de ambtenaren pauze houden
de winkels zijn gesloten
of tot de laatste stoptrein gaat.

Tot na het waken maar voor het ontbijt,
tot na het ontbijt maar voor de lunch,
tot na de lunch maar voor het avondeten
mag je meelopen.

Verschenen in: Genoeg gedicht over de liefde vandaag, 1999.

Miwian: Dichters op Dinsdag

roergebakken rundvlees met mango

Voor 2 personen

    marinade

  • 1 eetlepel rode wijn
  • 1 eetlepel sojasaus
  • ¼ theelepel maïzena
  • ¼ theelepel suiker
  • ¼ theelepel chilivlokken
  • 225 gram runderfilet
  • 1 grote rijpe mango
  • 4 eetlepels olijfolie
  • 1 eetlepel verse gemberwortel, geperst
  • 2 eetlepels bosui, fijngesneden

Snijd het vlees in stukjes. Meng de ingrediënten voor de marinade, roer het vlees erdoor en laat minstens 20 minuten staan. Na 20 minuten vlees laten uitlekken en marinade bewaren.

Zet een wok op hoog vuur, verdeel de olie erover en wacht tot die bijna dampt. Nu vuur iets lager zetten en het vlees hooguit twee minuten samen met de gember roerbakken. Schep het vlees eruit.

Haal nu de plakjes mango enkele tellen door de olie, waarna het vlees, de gember, stukjes ui en de marinade er weer bijgevoegd kunnen worden. Twee maal omscheppen, beetje chilivlokken erover en nog wat extra bosui.

Laat de smaken nog even op een laag vuur samenkomen en smikkel het daarna met stokjes.

niets

Ik had u lief - Alexander Poesjkin
vertaling: Frans-Joseph van Agt

Ik had u lief: misschien ook is de liefde
Nog niet geheel gedoofd in mijn gemoed;
Maar zij behoeft u niet meer te grieven;
Ik wil dat gij geen pijn door mij ontmoet.
Ik had u lief in stilte, niets verwachtend,
Nu eens geremd, dan weer jaloers gezind;
Ik had u lief zo teder, zo waarachtig -
Geef God dat zó een ander u bemint.

Verschenen in: Visum 12, 1999.

Miwian: Dichters op Dinsdag

drie in de pan

Mijn grootmoeder heeft voor een groot deel mij de vreugde voor het koken bijgebracht. Als klein kind mocht ik nimmer in de buurt van het gasstel komen, maar van het maken van het beslag voor deze ‘dikkertjes’ zou ik wis en waarachtig groot en sterk worden.

  • 250 gram bloem
  • 7 gram bakpoeder
  • 1 theelepel zout
  • 3 dl melk
  • 1 klein ei
  • 100 gram rozijnen
  • 50 gram boter
  • suiker

Vermeng in een kom de bloem en het bakpoeder met het zout. Maak een kuiltje in het midden en schenk hierin het losgeklopte ei en 2 dl melk. Roer er, van het midden uit, een dik beslag van. Verdun het beslag geleidelijk met de rest van de melk. Roer de rozijnen door het beslag.

Verhit een deel van de boter in een koekenpan en schep er drie pollepels beslag in de pan. Bak er langzaam koekjes van, keer ze als de bovenkant droog is en laat ze bakken tot ze gaar en goudbruin zijn. Bak op dezelfde wijze de rest van het beslag tot koekjes.

Geef ze warm, bestrooid met suiker.

drie in de pan

  • 250 gram bloem
  • 7 gram bakpoeder
  • 1 theelepel zout
  • 3 dl melk
  • 1 klein ei
  • 100 gram rozijnen
  • 50 gram boter
  • suiker

Vermeng in een kom de bloem en het bakpoeder met het zout. Maak een kuiltje in het midden en schenk hierin het losgeklopte ei en 2 dl melk. Roer er, van het midden uit, een dik beslag van. Verdun het beslag geleidelijk met de rest van de melk. Roer de rozijnen door het beslag.

Verhit een deel van de boter in een koekenpan en schep er drie pollepels beslag in de pan. Bak er langzaam koekjes van, keer ze als de bovenkant droog is en laat ze bakken tot ze gaar en goudbruin zijn. Bak op dezelfde wijze de rest van het beslag tot koekjes.

Geef ze warm, bestrooid met suiker.