Voor 4 personen
- 400 gram blanke rozijnen
- 100 gram roomboter
- 2 eetlepels witte basterdsuiker
- 1 pak zelfrijzend bakmeel
- zout
- 4 eieren
- 350 ml melk
- slaolie
Wel de rozijnen 15 minuten in lauw water.
Smelt de roomboter met de suiker in een steelpannetje.
Dep de rozijnen daarna droog met keukenpapier.
Kneed in een mengkom met de kneedhaken van een mixer het bakmeel zorgvuldig met het zout en de eieren. Roer beetje bij beetje de melk erdoor, totdat het beslag nog net vloeibaar is. Giet vervolgens het gesmolten botermengsel bij het beslag, waarna ook de gewelde rozijnen er doorheen geroerd kunnen worden.
Verhit de slaolie in een braadpan met dikke bodem, waarbij de gehele binnenkant van de pan met de olie ingevet dient te worden. Schep het beslag vervolgens in de pan en zet het vuur zo laag als mogelijk. Na 15 minuten de braadpan op een zwart plaatje zetten, waarna de koek na circa 60 minuten gaar zou moeten zijn geworden.
Controleer met een satéprikker of de koek inderdaad gaar is en keer deze met behulp van het deksel om. Laat ook de andere kant van de koek in ongeveer 15 minuten een heerlijke korst bekomen. Zet het gas uit en laat de koek in de pan afkoelen, waarna de gehele koek voorzichtig op een groot bord gestort kan worden.
Een snee dikke koek is heerlijk, wanneer dik besmeerd met echte roomboter en basterdsuiker.
Ik stel teleur - Ingmar Heytze
Vriendinnen zeggen tegen bekenden:
‘Dit is een dichter. Hij is heel goed.’
Als ik na vijf minuten niet ter plekke
een gedicht begin te schrijven
verflauwt de belangstelling.
En ik maak geen liefdesgedichten.
‘Heb je nog wat geschreven?’
vraagt ze poeslief en ik zeg:
‘Een gedicht over schoenen
en een grapje over Rennies.’
Dat bedoelde ze niet.
Maar ik neem het voor lief
zoals alles voor lief, sinds ik haar
voor het eerst in de war en zo lief,
ik haar zag alsof ik een foto maakte.
‘Dacht je dat?’ vroeg ze, nadat we later
in een slordig bed - nee, ja,
ik dacht het wel, maar niet zo leesbaar.
Ik stel teleur.
Verschenen in: Woorden van de allesvrezer, 1997

- 500 gr vastkokende aardappelen
- olijfolie
- 2 uien, gesnipperd
- zout
Boen de aardappelen goed schoon. Kook met wat zout de aardappelen in de schil net gaar. Giet de aardappelen af en en laat ze minstens een dag staan.
Schil de gekookte aardappelen en en rasp deze.
Verhit de olie in een koekenpan en bak de uien, totdat deze bijna zacht zijn.
Voeg de aardappelen toe aan de uien en bak alles voortdurend omscheppend op een hoog vuur mooi bruin. Is alles goudbruin, druk de massa dan met de bolle kant van een lepel samen tot een koek.
Plaats een deksel op de pan en laat de koek 20 minuten op een zacht vuur staan, totdat de onderkant mooi bruin geworden is.
Draai met het deksel op de pan alles op de kop, zodat de koek in het deksel valt en laat de koek daarna weer in de pan laten glijden. Bak ook de andere kant mooi bruin.
Serveer de Rösti direct.
In ieder leven valt wat regen - Rutger Kopland
Het wordt weer stil als toen ik niemand
was. Alles keert terug naar het begin.
Het is wel even wennen om weer te beleven dat
geen beweging er iets toe doet. Van berg
naar berg klingelen koeien in de bergen.
In hun dorpen lachen en huilen mensen
dal na dal. Ze doen maar, ik luister
en hoor alles, al dagen. verder en verder
door de regen. Je weet het, je hebt niets
te vertellen, maar beloofd is beloofd,
god weet door wie, dat hierna de zon weer
zal schijnen. En kort daarna komt regen. Wat
is er dan nog gebeurd.
Het meer dampt. Over het meer trekt damp
heen en weer.
Verschenen in: Alles op de fiets, 1969
