snert
Voor 4 personen
- 3 liter water
- 300 gram groene erwten
- 200 gram spliterwten
- 500 gram krabbetjes
- 1 varkenspoot of schenkel
- 250 gram schouderkarbonades
- 0,5 liter vleesfond
- 1 knolselderij, geschild en in blokjes
- 2 preien
- 1 winterwortel, in stukjes gesneden
- 2 kruimige aardappelen, geschild en in blokjes
- 2 uien, grof gesneden
- 2 laurierblaadjes
- 2 kruidnagels
- 2 rookworsten
- donker roggebrood
- Stolkse boerenkaas
- Zaanse mosterd
Week de erwten 24 uur in het water. Zet de erwten met het weekwater en het vlees op het vuur en breng dit geleidelijk aan de kook. Hou het geheel 2 uur aan de kook en schep af en toe het schuim van de soep af met een schuimspaan.
Voeg de fond toe. Voeg de gewassen en in stukjes gesneden groente met de laurier en de kruidnagels toe en laat alles op laag vuur nog een uurtje sudderen.
Haal met de schuimspaan het vlees eruit. Verwijder de botten en snij het vlees in kleinere stukken. Wrijf de hele erwten zonodig met een pollepel tegen de wand van de pan fijn. Doe het vlees terug in de pan, nog even laten sudderen. Blijf wel goed en veelvuldig roeren om een korst op de bodem te voorkomen.
Doe het gas uit. Roer de fijn gesneden en gewassen selderij er door. Laat de rookworsten wellen, snij deze in plakjes en voeg ook deze aan de soep toe. Goed doorroeren.
Laat alles een nacht staan.
Warm de snert voorzichtig en langzaam op. Beleg het roggebrood met de kaas en smeer er lekker de scherpe mosterd over. Serveer opgewarmde snert met het roggebrood.
Restant snert goed laten afkoelen en invriezen. Vries je te vroeg in (dus nog niet volledig afgekoeld) dan loop je de kans dat de snert zuur is geworden.
Plaats een opmerking