franse uiensoep

Voor 4 personen

  • 3 eieren
  • 50 gram boter
  • 1 eetlepel olijfolie
  • 500 gram uien, geschild en in dunne plakken
  • theelepel suiker
  • zout
  • peper
  • 2 laurierblaadjes
  • 2 theelepels thijm
  • 1 eetlepel bloem
  • 1 liter runderfond
  • 1 dl droge witte wijn
  • 75 gram gruyere, geraspt
  • 4 sneden stokbrood, aan beide kanten geroosterd
  • 3 eetlepels cognac

Eieren in circa 9 minuten hard koken.

Smelt de boter met de olie in een grote pan met dikke bodem. Voeg de uien toe, roer goed. doe het deksel op de pan en laat 20 minuten zachtjes koken. Roer af en toe.

Voeg, als de uien helemaal zacht zijn, de suiker toe en een mespunt zout. Zet het vuur hoog. Kook ongeveer 2 minuten, tot de uien licht gekarameliseerd zijn. Roer er de bloem doorheen en kook 1 minuut, of tot hij lichtbruin is.

Roer er de fond en wijn doorheen, voeg peper en zout naar smaak toe. Voeg de laurierbladeren en thijm toe en breng het geheel aan de kook. Zet het vuur lager, leg het deksel half op de pan en laat 40 minuten pruttelen.

Eieren pellen en fijn hakken. Verdeel de kaas over de vier sneden brood en laat ze licht aanbruinen onder een voorververwarmde grill.

Voeg de cognac toe aan de soep, proef en corrigeer zonodig de smaak. Eieren over vier voorverwarmde kommen verdelen. Giet de soep in de kommen en leg in elke kom een snee brood. Direct opdienen.

in antwoord op uw vragen

Je had er met ronde letters mijn naam en adres geschreven met een donkerblauwe inkt, de envelop dichtgelikt en was naar het postkantoor gaan lopen. Waarschijnlijk had je uit de bakkerij een zoet broodje meegenomen en onderweg nog even gepraat met wat vrienden. Je had gelachen, waarschijnlijk wel. Want je wist toen al, wat ik dat moment nog moest lezen gaan. Voor jou lag het al achter je.

Het lusje van mijn jas deed ik om de knop van de kapstok en keek nog eens naar de cirkeltjes, die je altijd maakte van de puntjes op de i. De woonkamer liep ik in, waar ik de witte envelop op de tafel legde. Gezeten in de leren stoel maakte ik de veters los en deed mijn schoenen uit.

Die ochtend had je een vel briefpapier gepakt en was begonnen te schrijven. Misschien was het wel moeilijk voor je geweest om erover te beginnen, wellicht had je gehoopt dat ik er niet naar gevraagd had. Dat het niet ter sprake gekomen was en weggewaaid.

Ik bukte me, pakte mijn schoenen en stond op. De envelop lag te branden op de tafel, evenzo liep ik de gang in naar de slaapkamer en zette daar twee zwarte veterschoenen naast een paar sneakers neer. In de keuken vulde ik een glas met water en dronk het leeg, waarop ik het nogmaals vulde.

Je was begonnen te schrijven, dat het soms niet gaat, zoals we zouden verwachten of zouden willen. Dat het zo kan lopen en we er niets tegen kunnen doen. Dat het de omstandigheden waren.

Met het glas water in de hand liep ik weer terug de woonkamer in. Ik keek uit het raam naar het gebouw van de Hogeschool en nam een slok water. Op de radio sprak een sportman over de Olympische Spelen in Barcelona.

We hadden elkaar een tijdje niet kunnen zien, schreef je verder, en dan gebeuren die dingen soms.

Staande pakte ik van de tafel de envelop en scheurde deze aan de bovenkant voorzichtig open.

Misschien dat hij en ik elkaar ooit eens ontmoeten zouden, vervolgde je, ik zou hem vast heel erg aardig gevonden hebben. Je hoopte, dat we vrienden zouden kunnen blijven.

Mijn knieën werden zwak, ik viel.