ramses
Hij zat op de trap voor zijn woning met wat jonge jongens om zich heen. ‘Mag ik je wat vragen,’ vroeg hij jou in het voorbijgaan. Je was stil blijven staan, alhoewel je niet begrepen had wat hij had gezegd. Zijn stem moet je vertrouwd overgekomen zijn, dat moet haast wel.
‘I am sorry, but I don’t understand Dutch,’ vertelde je hem, ‘Do you speak any English?’ Hij zette zijn zonnebril op, leek de jongens voor even vergeten te zijn en nam je hand tussen zijn eigen gerimpelde handen. ‘My dear, I wandered around this world. I could speak any language you would like me to speak.’ Hij vertelde je over zijn moeder en hoe hij in de oorlog hier terecht gekomen was. Je luisterde. Je moest wel luisteren, zoals iedereen altijd weer door hem gefascineerd raakte. Zachtjes begon hij voor je te zingen, alsof er voor hem op de hele wereld niemand anders bestond dan jij: ‘Voor degene met ‘t open gezicht, voor degene met ‘t naakte lichaam, voor degene in ‘t witte licht, voor degene die weet, we komen samen’.
Met van opwinding verkleurde wangen stond je op, omhelsde hem en bad hem een goed leven. Met zijn vochtige hondenogen keek hij me aan. ‘Wees zuinig op haar, zo zijn er niet velen.’ Onderweg naar huis leek je wel een vuurvliegje. Je zag mij naar je staren, waarop je fluisterde: ‘He seems to understand life better than anyone, such a shame that it seems to have caught up with him.’
Plaats een opmerking