stem

De oudere man blies zenuwachtig zijn adem de wachtkamer in. ‘Wat zal er nu gebeuren,’ hij hield voor even de adem in, ‘wat willen ze er voor in de plaats hebben?’ Zorgzaam legde zijn vrouw haar hand op zijn bovenbeen. ‘Hij heeft weken met me erover gediscussieerd, dan moest ik spelen dat ik tegen was. Hij wilde er vast en zeker van zijn, dat hij niet onterecht voor stemmen zou.’

De radiospotjes van de afgelopen tijd gonsden nog door mijn hoofd, zowel voor als tegen hadden het wapen van de demagogie opgepakt en de mensen vooral bang proberen te maken. Nergens had ik de positieve kanten van mijn voor- of tegenstem terug kunnen horen.

‘De grondwet had de dieren voor het eerst erkend als levende wezens, had de burgers van de unie een democratischer stelsel gebracht en had duidelijke grenzen gesteld aan de uitbreiding ervan,’ hij haalde een hand door zijn dunne haar, ‘Bovendien werd de soevereiniteit van de regio’s gewaarborgd, helaas met onfortuinlijke bijeffecten.’

De man nam bibberend een slokje van zijn water en verzuchtte: ‘China en de Verenigde Staten zullen in hun vuist lachen met dit resultaat. Zolang Europa niet met één stem optreedt, zal zij niet serieus genomen worden. Het gaat al zo goed met de economie binnen de Unie. Hoe zal dat nu gaan, de euro is al in een neerwaartse spiraal geraakt. Wanneer de huishouding stokt, dan kan Europa ook op andere terreinen niet langer voortgang maken. Het zal altijd beginnen bij een balans in evenwicht.’

‘Meneer en mevrouw Reuven? De tandarts wacht op u.’ Ze stonden van het bankje op, waarop de man me nog een hand gaf. ‘Jongen, het zal onze tijd wel wezen. Maar voor jou hoop ik, dat ik gister de verkeerde keuze gemaakt heb.’