Stel, ik zou op de Rozengracht voor rood licht te wachten staan en een mij onbekende meid zou mij onverwacht en zonder waarschuwing vooraf kort doch heftig tongzoenen. Stel, dit zou gebeuren. Afhankelijk van hoe ze eruit ziet, zou ik in het ene geval dan erin meegaan door te checken of ze die ochtend wel geflost had en in het andere geval haar tong afgebeten hebben of zou ik te verbijsterd zijn geweest om überhaupt iets te ondernemen?
Zou de reactie op een dergelijke aanranding, wat dit technisch gesproken nog wel is, afhangen van de aantrekkingskracht van de ander op jezelf? Wanneer het niet geoorloofd is, dan zou de ander immers met welk lichaamsdeel dan ook van je af moeten blijven. Het zou gewoonweg niet mee mogen wegen. Maar zou de reactie in deze gevallen anders uitvallen, wanneer de ander bijzonder welgevallig blijkt te zijn?
De Dolle Musketiers was het eerste album, waar de deus ex machina uit de Suske & Wiske-reeks Jerom in voorkwam. Daarin werd hij voorgesteld als het geheime wapen van hertog Le Handru, die iedereen dood kwam slaan. Gelukkig voor Suske & Wiske bleek dit sterk heerschap een zwak voor de lappenpop Schanulleke te hebben, waardoor hij uiteindelijk overliep naar de partij van onze helden.
Zoals het een echte mythe betaamt, is de herkomst van Jerom niet eenduidig uit de verhalen van Willy Vandersteen te herleiden. Zo lezen we in De Nerveuze Nerviërs, dat de familiestamboom van Jerom begint bij Santérix en Kokadildis, een gezond en kinderrijk echtpaar levend in de wouden van Gallië ten tijde van de Oude Belgen. Dit strookt echter niet met het verhaal in De Malle Mergpijp, waar we de moeder van Jerom leren kennen. Zij blijkt namelijk geleefd te hebben in het Stenen Tijdperk, welke tijd duidelijk niet overlapt met die van de Oude Belgen.
Dit kun je afdoen als mythevorming. Anderzijds zou je het ook kunnen verklaren, als zijnde een slordigheid van een strip geschreven onder de tijdsdruk van dagelijkse verschijning in dagblad De Standaard. Dan kun je het Willy Vandersteen moeilijk kwalijk nemen nooit te zijn teruggekomen op de openbaring van tante Sidonia in De Zwarte Madam, dat zij een valse pruik draagt.
Aan de andere kant van de straat is de woningstichting een hoekpand aan het renoveren. Vorige week zijn de bouwvakkers daar begonnen de voegen tussen de bakstenen weg te slijpen, wat mij in de morgen vermengd met een sterke kop koffie klaarwakker maakt.
Gister kwam A. op ‘t balkon van de middagzon genieten. ‘Hoe is je gebarentaal?’, gebaarde hij lachend. ‘Een beetje roestig,’ probeerde ik boven de geluiden uit te schreeuwen. Hij hoorde me niet.
Zondag bracht mijn vader me ’s avonds met de auto terug naar huis. Onderweg hoorden we, dat het treinverkeer naar Amsterdam Centraal weer langzaam op gang kwam. Daar had ik geluk gehad met zo een vader, anders was ik waarschijnlijk in Zaandam gestrand. Hij liet me al de handigheden en verbeteringen aan zijn nieuwe auto zien en ik moet zeggen, dat dit een enorme luxe was om in gereden te worden. ‘Jij hebt niet echt iets met auto’s,’ zei mijn vader, toen we de Hemweg opreden. Dat is waar, maar ik kan maar al te zeer blij voor hem zijn.
De NL20 is een gratis uitmagazine voor Amsterdam. Het is, zeg maar, de PS voor de mensen, die het Parool niet willen kopen, met elke week weer leuke recensies over restaurants, café’s nieuwe winkeltjes en muziek. Daarnaast staan er twee vlotte interviews in en de vaste rubrieken De Paskamer en Blind Date.
Wanneer ik ’s woensdags de krant bij de sigarenman haal en meteen de nieuwe NL20 meeneem, is Blind Date de eerste rubriek die ik opsla. Het verbaast me toch elke keer weer, dat de vonk tussen de twee slachtoffers maar nooit over lijkt te slaan. Komt één van hen dan met bovengemiddelde verwachtingen binnen, zodat de ander wel tegen moet vallen? Is de romantiek uit Amsterdam verdwenen?
Soms voel je echt medelijden met een blind dater, zoals deze week. Theatermaker Richard Trevord had een blind afspraakje met ‘radiomaakster’ Eline laCroix in café Helden. Al dan niet grappig bedoeld, schijnt dit lichtgewichtje onmiddellijk gecontroleerd te hebben of de arme Richard negentien centimeter in huis had. ‘Hoe oppervlakkig kun je zijn?’, denk ik dan terloops. De jongeheer scheen niet te voldoen, waarop zij na een half uurtje vertrok met de smoes moe te zijn. Hij is daarop met vrienden de kroeg ingegaan, waar zij hem ’s nachts opbelde met de vraag of hij nu dwangmatig de hand aan zichzelf aan het slaan was. Bedenk dan nog eens, dat dit gesprekje onderdeel was van haar radioprogramma en je kon niet anders dan denken, dat zij absoluut niet spoorde. ‘Ik heb zoiets van whatever. Word volwassen, Eline!’ Een betere reactie had Richard niet geven kunnen.
Volgende week zou ik in de NL20 graag eens willen lezen, dat twee mensen een hele fijne date gehad hebben en elkaar zeker nog eens willen zien. Dat ze zichzelf de tijd gunnen elkaar te leren kennen, waaruit dan een zacht soort verliefdheid tussen hen ontstaat. Dan zou ik daar namelijk zelf ook weer in gaan geloven, want na Eline laCroix heb ik dat echt nodig.