laatste roker
Met mijn fiets peddelde ik in de waterige voorjaarszon naar de tuinsteden, waar één van mijn vrienden was gaan wonen. Het was mooi weer en ik had best zin om lekker bij hem in de tuin een biertje te gaan drinken. De flesjes rammelden voorzichtig op de bagagedrager. In de verte was een zwarte rookpluim te zien, de boeren waren zeker iets aan het verbranden. De rook bleek echter vanuit de nieuwbouwwijk te komen. ‘Niet iedereen blijkt te kunnen bbq’en,’ dacht ik heimelijk. Met de geur van verbrand vlees in het hoofd keek ik eens naar links en naar rechts, waarna ik rustig door rood kon fietsen. Op deze dag scheen iedereen de buurt ontvlucht te zijn.
Verschrikt merkte ik, dat de pluim uit zijn tuin bleek te komen, wat mij mijn tred deed versnellen. Hij was inderdaad achter een hoop spullen aan het verbranden, ik begreep er niets van.’Dat je al haar spullen weg zou doen, daar kan ik inkomen. Maar waarom ben je ook al jouw kleding aan het verbranden?’ ‘Je weet toch, dat ze rookte? In al die jaren is de nicotine overal ingetrokken, alles in huis ruikt nog steeds naar haar. Dat ik haar kwijt ben, daar kan ik nu wel mee leven. Maar ik wil niet constant aan haar herinnerd worden.’ Ik opende een biertje, doofde het vuur met de inhoud ervan en ging eens rustig naast hem zitten.
Plaats een opmerking