laatste roker

Met mijn fiets peddelde ik in de waterige voorjaarszon naar de tuinsteden, waar één van mijn vrienden was gaan wonen. Het was mooi weer en ik had best zin om lekker bij hem in de tuin een biertje te gaan drinken. De flesjes rammelden voorzichtig op de bagagedrager. In de verte was een zwarte rookpluim te zien, de boeren waren zeker iets aan het verbranden. De rook bleek echter vanuit de nieuwbouwwijk te komen. ‘Niet iedereen blijkt te kunnen bbq’en,’ dacht ik heimelijk. Met de geur van verbrand vlees in het hoofd keek ik eens naar links en naar rechts, waarna ik rustig door rood kon fietsen. Op deze dag scheen iedereen de buurt ontvlucht te zijn.

Verschrikt merkte ik, dat de pluim uit zijn tuin bleek te komen, wat mij mijn tred deed versnellen. Hij was inderdaad achter een hoop spullen aan het verbranden, ik begreep er niets van.’Dat je al haar spullen weg zou doen, daar kan ik inkomen. Maar waarom ben je ook al jouw kleding aan het verbranden?’ ‘Je weet toch, dat ze rookte? In al die jaren is de nicotine overal ingetrokken, alles in huis ruikt nog steeds naar haar. Dat ik haar kwijt ben, daar kan ik nu wel mee leven. Maar ik wil niet constant aan haar herinnerd worden.’ Ik opende een biertje, doofde het vuur met de inhoud ervan en ging eens rustig naast hem zitten.

a rose is a rose is a rose is a rose

Het was vast een mooie zomeravond, dat u uw eerste roos heeft mogen zien, voelen en ruiken. Uw geliefde zal u waarschijnlijk verteld hebben, dat wat u in uw handen koesterde een roos was. Het moet dit moment geweest zijn, dat u het woord roos verbond met het beeld van die roos en de emoties, die u daarbij had op dat moment. Mooie emoties, daar twijfel ik geen moment aan. Als ik u er naar zou vragen, zou u waarschijnlijk wederom rood kleuren van opwinding. U heeft het nooit aan liefde ontbroken en zult zeker en vast vele rozen hebben mogen ontvangen. Rozen die nooit identiek hebben kunnen zijn aan die eerste roos, die was uniek en enig in zijn soort. Toch herkende u ze als een roos. Hoeveel zou een roos mogen afwijken van uw eerste roos, zodat u het nog steeds als een roos zou willen of kunnen herkennen?

try-out

Met een glazen pot vol papiergeld kwam Sara Kroos donderdagavond het podium van de Bellevue opgelopen. Zou het zo zijn dat we de try-out tegen zouden vinden vallen, dan mochten we ons entreegeld aan het podium eruit komen halen. Meestal zie je de opvoering in perfectie, wanneer alle scherpe kanten er al af zijn en de momenten getimed. Het lijkt dan net, alsof het de cabaretière uit de mouw is komen schudden. Daarom zijn dit soort voorstellingen zoveel spannender, je ziet haar nog wikken, twijfelen, schmieren en bijkans de bocht uitvliegen. Het is allemaal nog zo onaf, allemaal nog een tikkeltje onwennig. Maar dit chaotische maakte haar voorstelling zo onvoorstelbaar charmant.

In de pauze kwam een jonge vrouw naast me te zitten, ze kwam van buiten een sigaret te roken en vroeg tot hoe laat ik dacht, dat de voorstelling zou gaan duren. Ze had haar prachtige blonde haar in een staart gebonden, vertelde dat ze muziek doceerde aan een middelbare school en vroeg of ik Sara al eerder had zien optreden. Ze bleek een leerling van een van de begeleidingsmuzikanten geweest te zijn. Tijdens het gedeelte na de pauze dwong Sara Kroos mijn gedachten te laten gaan naar de vrouw naast mij, soms voelde ik haar zelfs naar mij kijken. Het zaallicht ging weer aan, we praatten nog wat met elkaar over de hilarische voorstelling, maar ik durfde het haar niet te vragen. Ook ik ben nog onaf.

onzekerheid

Voor me ligt een paarse doos met een deksel erop. Hierin ligt liefde, wanneer ik het gevoel heb zonder verder te zullen leven. Hierin ligt vertrouwen, wanneer ik dit in mijzelf dreig kwijt te raken. Hierin ligt weerstand, wanneer ik op zou willen geven. Voor me ligt een paarse doos met een brief erin. De brief eindigt met drie eenvoudige woorden: ‘Seni çok seviyorum’. Dat naast degene die je vertrouwen schendt, naast al de mensen die je weerstand proberen te breken, er immer één is die je hart weer genezen wil. Ik blaas de laag stof weg, maar laat de doos ongeopend en glimlach.

ijdel

Afgelopen winter stapte ik monter het kleedhokje van de WE binnen met een shirt. Net zoals velen met mij ben ik niet zo gek op kledingwinkels. Zo eens tot twee keer per jaar dwing ik mijzelf de winkelstraten door te lopen, in de rekken te kijken en het prijskaartje te lezen, waarna ik maar even verder kijk. Dan kom ik later nog eens terug, kijk nog eens en verman mijzelf het gordijn van het kleedhokje opzij te schuiven. Mijn overhemd deed ik uit en keek eens naar mezelf in de manshoge spiegel onder de tl-balk. Zuchtend deed ik het shirt over mijn hoofd en daarna ging het soepel over de rest van mijn bovenlichaam. Mijn ogen voorzichtig openend zag ik, dat dit was wat ik zocht. Dit zag er perfect uit, al durfde ik dat niet hardop te zeggen. Het zat goed strak, waardoor mijn buik er goed in te zien was. Mooi, dat ik dit voorlopig niet aan durfde te trekken. Met een grijns op mijn gezicht wreef ik het shirt nog eens strak, mijn handen zachtjes wiegend over de weldadige glooiing onder mijn borst.

Mijn haren nog nat van de douche ging ik vanmorgen mijn kledingkast in, de wangen rood van de opwinding. Met trillende handen pakte ik een wit shirt met lange mouwen, dat daar al zolang op lag te wachten. Ik wreef zenuwachtig met de handen door mijn haar, deed mijn ogen dicht en pakte het. De deur van de slaapkamer ging toe, waardoor ik in de spiegel mijzelf in naakte waarheid kon aanschouwen. Ik beet op mijn onderlip, deed het shirt aan en opende voorzichtig mijn ogen weer. Mijn handen wreven traag de plooien weg, vonden een weg van mijn hals, mijn borst naar mijn buik. Ik keek eens in de spiegel en zag, dat ik dit aan zou durven. Het was niet eng plat, alsof ik een sportschoolverslaafde geworden was, maar zwanger was ik ook niet meer. Tevredenheid kun je in de simpele dingen vinden.