Die ochtend was ze uit Vaticaanstad teruggekomen en bekeek hem met de ogen van een vriendin uit vroeger tijden, haar gezicht glunderend in de Mexicaanse avondschemering. ‘Je hebt me nog nooit ontmoet,’ ze nam zijn hand tussen haar beide handen, ‘maar in mijn dromen ben je als een zoon voor me.’
De oudere vrouw keek zijn novia met een veelzeggende blik aan. ‘Vertel het hem maar niet,’ vertrouwde ze haar nichtje met ontdeugende ogen toe, ‘maar in het echt is hij net zo lief.’ Zijn hand liet ze uit de hare glijden en vertelde hem, dat ze iets voor hem had meegenomen. ‘Iets, dat je altijd aan ons zal laten denken.’ In haar open hand hield ze hem een kleine kei voor. ‘Dit is voor jou en wat er ook gebeurd, je zult altijd familie zijn.’
De letters waren aan een eigen dans begonnen en draaiden hun rondjes op het computerscherm voor me. Ik wreef eens ferm in mijn ogen, de slaap moest nog even uitgesteld worden. Zovele gedachten moesten nog verwoord, zovele woorden nog geschreven. Ik reikte naar nog een sterke koffie, toen een zachte hand op mijn schouder gelegd werd. ‘Het is allemaal niet zo onmogelijk als het nu lijkt. Maak het jezelf niet zo moeilijk en neem genoegen met de bewijzen, die je al hebt.’
Achter me stond een klein meisje met een roze brilletje en rode staartjes als Pipi Langkous. Ik zou er om gelachen hebben, als haar woorden niet zo ernstig geweest waren. Ze goot de koffie in de gootsteen en ging op de rand van het bureau zitten, haar benen bungelden speels heen en weer. ‘Je moet gewoon zo denken, dat je je veronderstelling onderbouwd hebt met de argumenten en bewijzen, die je nu ter beschikking staan. Mocht er iemand met andere argumenten komen, dan kan het zijn dat je veronderstelling verworpen zal worden. Dat is wetenschap en daar kun je niets aan doen. Maar je hebt veel gegevens gevonden in de literatuur en je eigen experimenten om je veronderstelling te ondersteunen. Het is nu tijd om je onzekerheid los te laten en op basis hiervan je bevindingen te gaan schrijven. Het allemaal eens gaan afronden, want anders blijf je namelijk bezig.’
Ze wipte van het bureau en pakte mijn hand. ‘Maar nu moet je eerst rusten gaan. Koffie houdt je dan wel wakker, maar niet helder van geest’. Tegen zoveel tegelwijsheid kon ik niet op en liep aan haar hand naar de slaapkamer. Bij de deur bleef ze staan. ‘Morgen zal het je allemaal duidelijk zijn, heb vertrouwen in jezelf.’ Ze deed het licht uit en de deur dicht. En ik, ik droomde onrustig van Ms. Lischak.
‘De oorlog heeft me mijn grootvader ontnomen.’
In de film vertelde Elina Löwensohn op het toilet van een café, dat ze niet aan een tafel kon zitten met een Franse soldaat. Dat kon ze niet, omdat haar neef Günther in de grote oorlog omgekomen was tijdens gevechten.
Elina had nog geluk gehad, de vrouw tegenover me heeft haar grootvader nooit gekend. Hij was naar het oostfront gezonden, waarna nooit iemand meer iets van hem vernomen had. Waarschijnlijk was hij in Rusland omgekomen, maar haar grootmoeder heeft hem nooit kunnen begraven. Nooit heeft ze zekerheid gekend. Misschien had hij in Leningrad wel een nieuw gezin gesticht en heeft de vrouw tegenover me nog vele nichten en neven, die wel de aandacht van haar grootvader gekregen hadden.
De vrouw dacht er over hem te gaan zoeken. ‘De oorlog heeft een hele generatie grootvaders ontnomen,’ met een lepeltje roert ze langzaam de suiker door haar thee, ‘maar het meest pijnlijke voor mijn grootmoeder was de toekomst te herinneren, vooral de toekomst die ze nooit zou hebben.’
Waarom hij moest controleren, dat wil ik dan nog wel begrijpen. Je maakt gebruik van de trein en dan moet je daarvoor betalen, daar was geen speld tussen te krijgen. Maar ik wilde helemaal niet met de trein mee. Ik wilde met haar wachten op de trein, die haar ver weg zou brengen van mij. Eindeloos dralen bij de deur, totdat de deuren echt dicht gingen en dan net zolang meelopen met de trein, als het perron toestond. Tenminste, als ik mijn hoofd erbij kon houden.
Ik wilde alleen met haar het perron op, haar uit mijn weekend zien vertrekken. En ik zag er toch ook helemaal niet uit als een zakkenroller? Dat kun je aan de buitenkant niet zien? Maar als ik een zakkenroller was geweest, had ik toch juist een kaartje gekocht? Waarom ik dan ook geen kaartje tot aan Muiderpoort gekocht had? Ik zuchtte nog eens diep en liet haar hand los. Ze ging de roltrap op, keek mij boven nog een laatste keer aan en werd toen door een achter haar staande vrouw het perron opgeduwd. Ze was nog zo dichtbij, maar voelde mijlen ver weg. Een perronkaartje is zeker van voor zijn tijd.