voorstelling
Bij het aangeven van de kopjes vroeg ze me, of zij en ik elkaar niet ergens van kenden. Omdat jij naast me in de rij stond, voelde ik me er wat ongemakkelijk bij. Niet dat jij en ik een wij zijn, maar ik was bang dat jij je buitengesloten zou voelen. Dan lijk je opeens zoveel kleiner te worden. Eigenlijk werd ik er ook wel ontzettend verlegen van. Verbaasd ook, dat iemand zich mij nog weet te herinneren. Alleen kon ik me bij god niet meer herinneren, waar ik haar dan van zou kennen. Vooral die stem kwam me bekend voor, bij haar waren vooral de zwarte broeken blijven hangen. We kregen een Snickers bij de thee.
In de pauze van de voorstelling ging je naar het damestoilet, ik haalde vast wat drinken. Ze bediende er en zo zonder jou erbij praatte het toch iets makkelijker. Ze dacht, dat jij en ik bij elkaar hoorden. Gek eigenlijk hé, dat ze een jongen en een meisje in gedachten al snel willen koppelen. Ze wilde het gewoon niet geloven. Daarom voelde het onzeker, alsof zij en ik heimelijk sjans aan elkaar hadden.
Wachtend op het einde van de pauze bekeken jij en ik al de vreemde mensen, die straks allemaal in dezelfde zaal zouden zitten als wij. Ze kwam nog even een praatje maken. Waarschijnlijk was ze even nieuwsgierig, als dat ik gebleven was. Opeens wist ze het, zij en ik hadden ooit hetzelfde bijbaantje gehad. Al zal niemand het in de drukte opgemerkt hebben, moet ik toch behoorlijk rood gekleurd zijn geworden. Warm kreeg ik het in ieder geval. Daar kende ik die stem natuurlijk van, dat ik dat vergeten kon zijn. Zij en ik maakten nog een paar onhandige opmerkingen, waar jij je afzijdig van hield. Misschien had ik je ook voor moeten stellen, maar ik voelde me al zo onhandig. Veel tijd om daar over na te denken hadden jij en ik niet, de voorstelling stond op het punt van beginnen en we gingen de zaal weer in.
Plaats een opmerking