klassenavond

De naald werd op het vinyl gezet, waarna Simon leBon ons liet denken, dat we niet zomaar jongens waren. Nee, wij waren wilde jongens. Wilde jongens op onze eerste klassenavond, dat waren we. De bas liet S. flink vol door de toneeloefenruimte knallen. Dit gebouw deed me niet langer denken aan mondelingen Frans en proefwerken Wiskunde. Dit lokaal deed me duizelen van alleen maar de gedachte aan haar.
Plotseling ging de deur open, daar stond de rector. Op rustige toon vroeg hij ons het volume wat te temperen. De aula was verhuurd en de mensen aldaar zouden overlast kunnen ervaren. Ons antwoord niet afwachtend deed hij de deur weer toe. Had hij soms waarlijk verwacht, dat wij Culture Club op bejaardenniveau zouden kunnen afspelen?
Ze pakte mijn hand, trok me dichtbij haar lichaam en vroeg me of S. ‘Careless Whisper’ bij zich had. Grijnzend hield hij de grote schijf boven zijn hoofd en liet deze langzaam op de draaitafel neerdalen. Haar hand door mijn haar, haar hoofd op mijn borst. De naald daalde en… kraste in één keer door naar het midden. De deur was met een ferme klap open gegaan, in de opening stond de rector met de handen in de zij. Het was december 1984.
lees de rest van het bericht »

usaha

De bel rinkelde, het moment dat ik de deur naar zijn winkel opendeed. Er was niemand anders in de zaak aanwezig en ik keek vast op de kaart, welke ik zou kiezen. Nog een paar laatste cadeautjes voor de Sinterklaas en dan naar huis. De gedachte de drukte van de stad te moeten ingaan, maakte me reeds lamlendig. ‘Hoe doet de goedheiligman en zijn pietermannen dit in godsnaam elk jaar weer,’ verzuchtte ik in mijzelf.

Een imposante man met een donkere huid kwam van achter de winkel naar de toonbank gelopen en vroeg met een vriendelijk diepe stem, waar hij mij mee van dienst zou kunnen zijn. Zo snel kon ik niet de naam vinden, waardoor ik enigszins overrompeld zei, dat ik een kleine sinaasappel met grapefruit wilde. ‘Je wilt een Usaha, beste vriend, dat is een goede keuze.’ Usaha sprak hij daarbij uit, alsof dit voor hem een belangrijk woord was. ‘Weet je wat dat betekent, usaha?’ Ik schudde ontkennend het hoofd. ‘In mijn taal betekent het de kracht van binnen.’ Een groot mes sneed de grapefruits in tweeën en met zijn imposante handen perste hij ook het laatste sap eruit.

‘Als ik iets moet doen, waar ik op dat moment niet de kracht of fut voor heb, dan roep ik tot mijzelf usaha en voel ik de kracht van binnenin mij beginnen te stromen. Mijn vriend, jij ziet ergens tegenop, ik merk dat. Doe met mij mee en roep je innerlijke kracht aan.’ Daar stonden wij, twee mensen in de bloei van hun leven, midden in de winkel, waar wij, even strijdlustig als twee huisvrouwen in aanslag voor de Drie Doldwaze Dagen, vol overgave de kracht uit ons binnenste naar de oppervlakte schreeuwden.

‘Usaha, mijn vriend, voel jij het ook?’ Voor even voelde ik mij inderdaad boven mezelf uitstijgen. ‘Vergeet dat woord dan niet. Voor mij is het het belangrijkste woord en nu ook voor jou.’ De beker sap zette hij voor mijn neus neer. ‘Dat wordt dan €2,70. Je kunt aan de zijkant een rietje pakken. Groen, je hebt wederom een goede keuze gemaakt. Usaha! Groen is de kleur van de harmonie.’ De deur draaide naar binnen open en ik keek nog een laatste keer de rijzige man aan. ‘Usaha,’ riep ik vol vuur. ‘Usaha, mijn vriend,’ sprak de donkere stem, ‘en vrede zij met je.’

Ik liep de sluizen over en zag de menigte kooplustige mensen al voor mij verschijnen. ‘Usaha,’ dacht ik in mijzelf, ‘dit gaat lukken.’