conference

De zenuwen, die zich opkroppen in je maag en zichzelf in een gordiaanse knoop leggen, geven je de vleugels waar een cocaïne-verslaafde jaloers op zou zijn. De woorden, die je sinds weken zorgvuldig op volgorde hebt proberen te leggen, gaan een eigen leven leiden. Ze willen op het laatste moment nog ergens anders heen, de knoop nog strakker aantrekkend.

Je hoort de spreker voor je aan en voorvoelt, dat je daar nooit aan zult kunnen tippen. Natuurlijk denk je dat niet, je weet diep van binnen dat je veel beter bent. Je voelt het, omdat je jezelf wijs probeert te maken, dat dat je weet te kalmeren.

In gedachten heb je hier al duizenden malen gestaan. Je weet, wanneer u zult lachen. Je weet, wanneer u geroerd zal zijn en wanneer opgelaten. Toch ben je nerveus van de spanning, vanmorgen heb je nog de laatste veranderingen aangebracht. Die spanning heb je nodig, ben je zelfs verslaafd aan geraakt.

Je voorganger krijgt een beleefd applausje en een grote bos bloemen. Je zucht, neemt nog een grote slok water uit het glas in je bezwete hand, wacht even en loopt daarna vastberaden met rechte rug het podium op. Je kent je tekst woord voor woord en toch neem je het A4′tje met steekwoorden mee het podium op. Als je zou roken, had je een sigaret in je handen gehad. Een daverend applaus stroomt je in golven tegemoet als een school hongerige piranha’s, waarna je begint: ‘Wat ben ik blij, dat dit jaar voorbij is…’

runderrollade met mosterdsaus

Voor 4 personen

  • 1 lenderollade van circa 750 gram
  • 60 gram boter
  • zout
  • peper
  • 2 eetlepels Zaanse mosterd
  • 2 dl kookroom
  • allesbinder

Laat de rollade op kamertemperatuur komen. Verhit de boter in een braadpan en laat het vlees rondom kleuren. Bestrooi het met wat zout en peper, draai het vuur laag en laat af en toe kerend nog circa 25 minuten braden. Neem het vlees uit de pan en laat het losjes afgedekt circa 10 minuten rusten voor het wordt aangesneden, om de vleessappen de kans te geven zich gelijkmatig over het vlees te verdelen.

Roer de mosterd en de room door het braadvet in de pan en roer met een houten lepel om alle aanbaksels van de panbodem los te maken. Breng de saus zonodig verder op smaak met wat peper en bind met allesbinder.

Serveer de saus apart bij het vlees. Lekker met aardappelpuree, sperzieboontjes en stoofpeertjes.

sneeuwschuiver

Daar zit je dan op je fiets. Je bent op weg, omdat je ergens heen moet. Je had het je al vaker vooorgenomen, maar wist elke keer weer een reden te verzinnen om het uit te stellen. Vandaag moest er maar eens een eind aan het dralen komen en dat het dan juist nu winter moest worden, dat mocht geen reden zijn. De sneeuw sneed dwars door de huid van je gezicht en je liet het verkeerslicht rood worden om je handschoenen dan toch maar aan te doen. Er zijn immers grenzen aan geen mietje willen zijn.

Voorzichtig remmend bij elke zijstraat probeer je over je bril turend aankomend verkeer zonder onderuit slippen te ontwijken. Weten die voetgangers en automobilisten dan niet, dat in sneeuwstormen fietsers, met name brildragende, altijd voorrang hebben? Je zou ze toch zo hun rijbewijs willen afnemen.

Nog een laatste brug, voorlangs het Rijksmuseum en dan eindelijk het warme water in. De gedachte eraan alleen al doet je ernaar verlangen. De brug gaat nu toch wel steil omhoog en bij het dalen voel je je achterband wegslippen. Je houdt het maar net en rijdt het donker van de werkzaamheden bij het Rijksmuseum tegemoet. Je bril heb je maar op je voorhoofd gezet, dan zie je ten minste nog de schimmen van je medefietsers. Niet dat dat helpt, maar het idee alleen al telt vandaag ook.

De bocht terug naar de Stadhouderskade gaat naar omhoog en je voelt, dat de sneeuw de houten planken spiegelglad gemaakt heeft. Voorzichtig probeer je nog de bocht te maken, maar voelt al aan je water dat er geen ontkomen meer aan is. Met fiets en al glij je in de sneeuw omlaag, waarbij je bril vreemd genoeg op zijn plaats blijft zitten. Je zucht, klopt de sneeuw zoveel mogelijk van je kleren, pakt je fiets op en loopt behoedzaam weer naar boven.

Bij het naar binnen gaan grappen de dames van het Zuiderbad, dat de Verschrikkelijke Sneeuwman in aantocht is. Maar je hebt toch maar mooi een begin gemaakt met sporten, je zwemt er met je schoolslag zelfs een borstcrawler in de baan naast je uit.

rêverie

Een kwieke man komt monter bij de poort aan, waar hij hartelijk door de wachter verwelkomd wordt. ‘Uw hele leven hebben we reeds op u gewacht.’ De man kijkt hem verbaasd aan en prevelt: ‘Maar Petrus, waarom dan? Er zijn er toch waarlijk velen zoals mij geweest. U moet ze toch allemaal wel eens langs hebben zien gaan?’ De discipel legt een arm om de schouder van de man en troont hem mee naar een barokesque balzaal met de afmetingen van een paleistuin uit vervlogen tijden.

Uit één van de vele hoge kasten die de zaal sieren, neemt de apostel een prachtig versierd boek met enorme afmetingen en biedt deze de verbaasde man geopend op de derde pagina aan. De woorden vormende letters verworden in zijn hoofd tot klanken, die de stem vormen van een vrouw, die hij goed gekend heeft. Beter had willen kennen, is wellicht de frasering waar hij datzelfde moment nog naar zocht. Haar woorden kleuren zijn wangen rood. ‘Dit heb ik nooit geweten. Ze zei altijd, dat wij nooit…’ Breed lachend spreidt Petrus zijn armen wijd, waarna hij enthousiast vertelt, dat in al deze boeken de zinnelijke gedachten besloten liggen van de vrouwen en mannen, die hem in hun leven lief hadden. De man kijkt de sleutelbewaarder verbaasd aan. ‘Maar ik heb nimmer een amoureus leven geleid. Ik dacht, dat niemand mij zag. Onzichtbaar was voor die gedachten. Ik was er immer, maar nooit echt. Nimmer daar voor de prijzen.’

Tijd, voor zover die hier bestaat, verstrijkt en de man neemt boek na boek tot zich, tranen achterlatend op elke pagina. ‘Als ik dit geweten had, dan was mijn leven zo anders geweest. Waarom hebben ze nooit iets laten merken? Iets gezegd? Nu zijn het hun dromen gebleven, die ze met anderen geleefd hebben.’ De man leest verder en verder en verder, totdat de gedachten van de anderen zich zodanig vermengen met de herinneringen aan zijn leven, dat ook hij het verschil niet langer weet te maken. De man verlaat de balzaal bijkans zwevend. Buiten weet hij ze reeds te wachten, al zijn gedachten.

versiering

Spottend keek ze hem aan. ‘Ik ben niet van suiker gemaakt, je kunt het best zeggen.’ Nerveus zag hij haar in de ogen, waarna hij blozend stamelde: ‘Nu ja, tierelantijnen. Niet dat dat erg is, maar ik heb dat niet van huis meegekregen. Bij ons thuis ging dat er vroeger allemaal sober aan toe, dan is het bij de katholieken toch veel meer een echt feest.’ Hij voelde zich de danser op het slappe koord. Had hij maar zijn mond erover gehouden, zijn hoofd kleurde even rood als haar lippen.

‘Weet je,’ ze pakte zijn hand, ‘Voor mij is de kerk meer een sociaal gebeuren geworden en waar je in gelooft, heeft denk ik meer te maken met waar je opgegroeid bent.’ ‘Oh god,’ fluisterde hij zachtjes met trillende stem, ‘hoor mij aan en laat voor ene keer de duivel er niet tussen slapen.’ Ze glimlachte ondeugend en zei hem: ‘Wees maar niet bang, voor een derde is daar vannacht nog geen plaats.’