vlinderpracht

In het Noorderdierenpark loopt een aantal Witte Sokken rond in de Vlindertuin. één van hen laat zich van binnen warmen door de vluchtige kleurenprachten. Hij probeert ze op de gevoelige plaat vast te leggen, ze zijn hem telkenmale te vlug af. Iets lichts voelt hij op zijn rug neerdalen. Een grote zwarte vlinder heeft besloten de vleugels te rusten en daarvoor zijn warme rug uitgekozen. Voorzichtig probeert hij om te kijken naar de vlinder, maar deze besluit daarop, dat één dag niet al te veel rustpunten kennen mag.

Even verderop staat een groepje Witte Sokken geobsedeerd te kijken naar een kleurige vlinder. Ze zijn er niet van overtuigd, dat het er echt één is. ‘Je mag ze niet aanraken, dat stond bij de ingang.’ De vlinder blijft al die tijd bewegingloos, alsof een klein kind zijn gele vlieger uit verveling aan de paal gespeld had. ‘Maar blazen mag ik toch wel, dan raak ik de vlinder niet aan.’ Verbaasd om zoveel vernuft kijken de anderen van de groep hem aan, hij lijkt als vanzelf een klein beetje boven de anderen gegroeid te zijn.

Hij blaast en hij blaast nog nog een beetje meer in de richting van de vlinder. Deze lijkt er niet van onder de indruk. ‘Misschien is het toch geen echte vlinder,’ zegt één van hen hoorbaar teleurgesteld, ‘Maar probeer het nog een keertje, misschien is het een luie vlinder.’ Hij blaast nog een laatste keer. De vlinder kijkt op naar hem, alsof hij uit een diepe slaap gewekt is en beweegt voorzichtig zijn vleugels heen en weer. ‘De vlinder leeft,’ fluisteren zij en aanschouwen het wonder.

Plaats een opmerking

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden met derden. Vereiste velden zijn aangeduid met een *

*

*