strategie

  1. Een klein kind wil de weg overkruipen. Er is geen verkeerslicht voor voetgangers of klaarover in de buurt, ook is er geen volwassene in de buurt. Het kind kijkt om zich heen. Met een behoorlijke vaart komt een rode Porsche 911 in de richting van het kind. Het kind heeft deze auto nog niet eerder gezien, maar weet instinctief, dat dit niet het moment is om over te steken.
  2. Een puber wil de weg oversteken. Er is geen verkeerslicht voor voetgangers of verkeersagent in de buurt, ook is er geen volwassene in de buurt. De puber kijkt om zich heen. Met een behoorlijke vaart komt een rode Porsche 911 in de richting van de puber. De puber heeft de auto eerder gezien in deze kleur en weet, doordat hij de auto bij herhaling hier heeft zien rijden, dat dit niet het moment is om over te steken.
  3. Een volwassene wil de weg oversteken. Er is geen verkeerslicht voor voetgangers of verkeersagent in de buurt. De volwassene kijkt om zich heen. Met een behoorlijke vaart komt een zwarte Porsche 911 in de richting van de volwassene. De volwassene heeft de auto hier eerder zien rijden, maar nooit in deze kleur. Toch weet hij, doordat hij de auto wel eens in een andere kleur gezien heeft, dat dit niet het moment is om over te steken.
  4. Een puber wil de weg oversteken. Er is een verkeerslicht voor voetgangers in de buurt, deze staat op rood. De puber kijkt om zich heen. Met een behoorlijke vaart komt een rode Porsche 911 in de richting van de puber. Deze puber heeft geleerd, dat hij bij een rood licht niet over mag steken en doet dit ook niet.
  5. Een volwassene wil de weg oversteken. Er is een verkeerslicht voor voetgangers in de buurt, deze staat op rood. De volwassene kijkt om zich heen. Met een behoorlijke vaart komt een rode Porsche 911 in de richting van de volwassene. Deze volwassene heeft geleerd, dat hij bij een rood licht niet over mag steken en doet dit ook niet.
  6. Een volwassene wil de weg oversteken. Er is een verkeerslicht voor voetgangers in de buurt, deze staat op groen. De volwassene kijkt om zich heen. Met een behoorlijke vaart komt een rode Porsche 911 in de richting van de volwassene. Deze volwassene heeft geleerd dat hij bij een groen licht over mag steken, maar doet dit toch nog niet. Uit ervaring weet hij, dat bestuurders van een Porsche 911 niet altijd letten op de kleur van het verkeerslicht voor automobilisten. Herhaaldelijk is hij hier bijna van de witte sokken gereden.

de zenmeester en de zieneres

Het is gewoon niet waar, het is niet waar. Schrijven op het internet is geen eenzame bezigheid. Het is het niet en het leidt er niet toe. We spreken elkaar, we zien elkaar en zijn onder elkaar. We zijn geen lelieblanke schuchtere mensjes met immer een kater op de schoot. We zijn divers. We zijn een gemeenschap geworden, zoals er zovele gemeenschappen zijn in ons land en in onze wereld. We zijn schrijvers. Soms hebben we een boodschap, vaak willen we louter onszelf en u vermaken met onze vertellingen. Maar het is gewoon niet waar, wij zijn zoals u.

Waarom deze uitbarsting, zult u zich wellicht afvragen? Omdat er wel een verschil bestaat met de andere gemeenschappen in deze wereld en dat verschil is best groot te noemen. We komen onder elkaar, maar vaak begint dat toch als vreemden en toch verwelkomen we elkaar als bekenden in onze huizen, alsof we de werken van barmhartigheid immer nog met verve beoefenen. Dat biedt toch perspectief voor de toekomst?

Een zondag verwelkomde Pascal en zijn gezin ons in hun prachtige woning voor een Japanse maaltijd. Aukje vroeg me nog of ik Catande, maar we hadden niet te vrezen ingemaakt te worden. Ze had hem een stokje toegeworpen en een uitnodiging voor sushi teruggekregen. We zijn ontzettend verwend geworden. ‘Ruik de vis eens.’ En de tonijn rook heerlijk vers, waardoor je weer even wist dat je aan de kust was. Niet alleen werden we verwend door al het heerlijks dat nauwelijks een plaats op de grote eettafel vinden kon, maar ook door de twee en, zoals in prachtige verhalen verteld wordt, werd het al fluks laat in de avond. Als afsluiting een toetje, dat de naam grand dessert zeker dragen mag en al net zo heerlijk was als de rest. De zieneres mag reeds verheugd vrezen, dat zij niet onder de uitnodiging voor een tegenbezoek uit zal kunnen komen.

salade met gemarineerde aardbeien en geitenkaas

Voor 4 personen

  • 1 eetlepel vloeibare honing
  • 4 eetlepels balsamicoazijn
  • 250 gram aardbeien, kroontjes verwijderd, in vieren gesneden
  • 4 takjes basilicum, blaadjes in reepjes gescheurd
  • 6 eetlepels olijfolie
  • 1 theelepel mosterd
  • 4-seizoenenpeper
  • 75 gram veldsla
  • 75 gram eikenbladmelange
  • 200 gram verse geitenkaas, grof verkruimeld

Meng voor de marinade de honing en balsamicoazijn goed met elkaar. Schep in een diepvriesdoosje de aardbeien, marinade en de helft van de basilicum door elkaar. Dek het doosje af en laat de aardbeien een dag en een nacht marineren. Doe de aardbeien in een vergiet en vang de marinade op. Klop de marinade met de olijfolie, mosterd en de 4-seizoenenpeper naar smaak tot een dressing. Verdeel de veldsla en eikenbladmelange over vier borden en besprenkel met de dressing. Verdeel dan de aardbeien en geitenkaas erover en bestrooi met nog wat van het pepermengsel en de rest van de basilicum.

fruitige kippilav

Voor 4 personen

  • 700 milliliter kokende kippenbouillon
  • een flinke hoeveelheid saffraandraaden
  • 2 eetlepels olijfolie
  • 2 uien, gehalveerd en in ringen gesneden
  • 1 knoflookteentje, in dunne plakjes gesneden
  • 3 kipfilets, in blokjes gesneden
  • 1 theelepel djinten
  • 1 theelepel gemalen kardamomvruchten
  • 2 theelepels laos
  • 2 theelepels ketoembar
  • 2 kruidnagels
  • 1 laurierblaadje
  • 350 gram basmatirijst
  • 1 kaneelstokje
  • 100 gram rozijnen
  • 1 blikje abrikozen
  • 1 doosje koriander (Silvo)
  • yoghurt

Doe de saffraan in een kom en giet er de hete bouillon overheen, laat de het rusten om in te werken. Verhit ondertussen de olie in een braadpan en fruit de uien en knoflook. Voeg de kip en specerijen toe en bak voor ongeveer 2 minuten, totdat de kip niet meer roze is.

Voeg de rijst toe en bak voor ongeveer 2 minuten, totdat de granen er wit uitzien. Voeg de saffraan tezamen met de bouillon, het kaneelstokje, de rozijnen en het lauriernblaadje met de kruidnagels toe. Breng het geheel aan de kook, waarna de deksel op de pan kan. Het vuur gaat nu laag en laat het ongeveer tien minuten pruttelen, totdat het vocht door de rijst opgenomen is.

Snij ondertussen de helft van de abrikozen in de dunne reepjes en de andere helft van de abrikozen elk in twee helften (een kwart van de hele abrikoos).Zet het vuur op de laagste stand en meng de reepjes abrikoos met de rijst. Voeg koriander naar smaak toe en roer het nog een keer goed door. Plaats de kwarten abrikoos bovenop de rijst en doe de deksel wederom op de pan. Laat het nog ongeveer 2 minuten op het gas staan. Doe daarna het gas uit en zet de pan nog 10 minuten op het aanrecht.

Leg de kwarten abrikoos op een bord en maak de rijst met een vork goed los. Schep met een grote lepel de rijst in verwarmde borden. Leg in ieder bord een paar kwarten abrikoos. Doe wat van de yoghurt over de rijst heen en strooi er nog wat koriander overheen. Serveer het met de rest van de yoghurt.

vlinderpracht

In het Noorderdierenpark loopt een aantal Witte Sokken rond in de Vlindertuin. één van hen laat zich van binnen warmen door de vluchtige kleurenprachten. Hij probeert ze op de gevoelige plaat vast te leggen, ze zijn hem telkenmale te vlug af. Iets lichts voelt hij op zijn rug neerdalen. Een grote zwarte vlinder heeft besloten de vleugels te rusten en daarvoor zijn warme rug uitgekozen. Voorzichtig probeert hij om te kijken naar de vlinder, maar deze besluit daarop, dat één dag niet al te veel rustpunten kennen mag.

Even verderop staat een groepje Witte Sokken geobsedeerd te kijken naar een kleurige vlinder. Ze zijn er niet van overtuigd, dat het er echt één is. ‘Je mag ze niet aanraken, dat stond bij de ingang.’ De vlinder blijft al die tijd bewegingloos, alsof een klein kind zijn gele vlieger uit verveling aan de paal gespeld had. ‘Maar blazen mag ik toch wel, dan raak ik de vlinder niet aan.’ Verbaasd om zoveel vernuft kijken de anderen van de groep hem aan, hij lijkt als vanzelf een klein beetje boven de anderen gegroeid te zijn.

Hij blaast en hij blaast nog nog een beetje meer in de richting van de vlinder. Deze lijkt er niet van onder de indruk. ‘Misschien is het toch geen echte vlinder,’ zegt één van hen hoorbaar teleurgesteld, ‘Maar probeer het nog een keertje, misschien is het een luie vlinder.’ Hij blaast nog een laatste keer. De vlinder kijkt op naar hem, alsof hij uit een diepe slaap gewekt is en beweegt voorzichtig zijn vleugels heen en weer. ‘De vlinder leeft,’ fluisteren zij en aanschouwen het wonder.