‘Mag ik je wat vragen? Zou je even niet mijn vriendje willen zijn, maar weer mijn allerbeste vriend? Mag ik je dan wat vragen?’ Je zuchtte even en wist wat komen ging. Hij zou gaan trouwen en niet met haar, niet met jouw vriendin. Ondanks alles, wat je voor haar gedaan had. Ondanks alles, wat je voor haar was gaan betekenen. Ondanks al haar mooie woorden over haar gevoelens voor jou. Ondanks al dat zou ze nog steeds huis en haard verlaten hebben, wanneer hij haar dat gevraagd zou hebben. Een combinatie van bravour, bezit en bandeloosheid maakte hem de derde in ons tweezijn. Je had hem wel eens ontmoet en was niet echt onder de indruk. Hij wist helemaal niets van haar, niets van wat haar beweegt. Hij was nog nooit bij haar familie geweest en praatte alleen over zichzelf.
Ze wilde destijds even met hem bijpraten. Terwijl zij dacht al zijn aandacht te hebben, nam hij de omgeving in zich op en zag je hem een kansberekening maken. Normaal gesproken liet je haar vrij en zag je haar pas weer aan het eind van de avond. Nu kon je het niet laten van tijd tot tijd uit de hoeken van je ogen naar haar te kijken. Het is niet, dat je haar niet vertrouwde. Haar niet. Hem wel. Ze mochten dan jaren seks met elkaar gehad hebben, hij was nog wel haar eerste, maar dat is al jaren geleden. Zij voldeed niet meer, was misschien wel te oud geworden.
Al jaren hield je van haar alleen en zij, zij hield nog steeds een iets van hem en dat zou niet veranderen. Uitgerekend hij zou die week in alle grootsheid gaan trouwen in de stad, maar niet met haar. ‘Mag ik je wat vragen? Zou je even niet mijn vriendje willen zijn, maar weer mijn allerbeste vriend? Mag ik je dan wat vragen?’ Natuurlijk mocht ze je alles vragen. ‘Zullen we onze rugtassen pakken en een paar dagen de bergen ingaan?’ Je wist waarom, je had de uitnodiging op tafel zien liggen. Je zei er niets over, maar kuste haar mond en veegde haar tranen weg.
Soms kunnen woorden en namen je doen verwarmen, zonder dat de schrijver de bedoeling daartoe had. De naam komt los te staan van het stukje en vormt een herinnering op zichzelf. Een eiland, los van het vasteland.
Baukje kwam altijd op een oude racefiets naar het werk. De linten aan het stuur wapperden vrolijk naar achter, wanneer ze de binnenplaats opreed. Je ziet ze niet zo vaak meer, oude racefietsen.
Woorden zijn meer dan klanken alleen, meer dan een lemma in een woordenboek. Woorden huizen in de harten van mensen. In mijn hart.
“Deutschland hat richtig stark gespielt. In der 1. Hälfte haben die Holländer wie die Letten gespielt, aber sie haben in der 2.Halbzeit mehr Druck gemacht. Und die Deutschen verloren so langsam etwas die Konzentration, was habe ich gesagt! Ja, man muss die ganze Zeit konzentriert sein, vor allem gegen diese Holländer, und so ein Weltklassest¨rmer mit diesem unglaublichen Instinkt, und diesem wahnsinnigen Zug zum Tor macht halt aus einer Chance ein Tor. Atemberaubend! Und was ich aber nicht verstehe ist warum Zenden gespielt hat, der war ja der Schlechteste auf dem Platz. Ich hoffe mal dass Clarence Seedorf wieder fit wird, denn er hat den Holländern gefehlt. Natürlich hat Van der Vaart einiges drauf. Doch wer auf dieser Position spielt, wird hart angegangen und da kann ein Seedorf dagegenhalten! Aber insgesamt haben die Holländer den Ausgleich schon verdient, auch wenn ichs nicht gern zugebe.”
Nog onder de indruk van de prachtige galerij, werd de deur van het appartement voor je open gedaan. ‘Kom binnen, blijf toch niet buiten staan.’ Een zwarte kater stuift de gang in naar de woonkamer. ‘Je hebt al kennis gemaakt met mijn kater, zie ik. Maak je niet druk hoor, hij is alleen een ietwat ongedurig.’ Een presentje wordt op tafel gelegd en de kater blijkt zijn nieuwsgierigheid niet te kunnen bedwingen. Aan zijn pootjes weet hij zich omhoog te trekken, ook op katers schijnt chocola een wonderbaarlijke aantrekkingskracht te hebben.
Uit voorzorg verhuist deze naar een veiliger plek, hij zou hem maar onwel maken en een zieke kater wil niemand. Een ander snoepje mocht hij wel hebben en ook jij probeert hem te paaien, maar nu verstopt de zwarte donder zich achter de bank. Nu wordt het een erezaak en probeer je hem op je knieën in de tussenruimte te vinden. Hij heeft zich helemaal plat gemaakt en begint te blazen, als je heel voorzichtig zijn kant probeert op te gaan. Vervaarlijk ontbloot hij zijn tanden, bij hem vergeleken was Cujo een schoothondje.
Tegen beter weten in, nu is het een erezaak geworden, beweeg je een hand in de richting van de chocoholic. Paaiend noem je daarbij zachtjes zijn naam, maar bij elke millimeter toenadering gaan de nageltjes een iets verder uit. Het is een verloren zaak. ‘Normaal doet ie dat nooit.’ Zelf denk je, dat het beter is de volgende keer ook iets voor hem mee te nemen.
Voorzichtig deed ze een oog open, behoedzaam volgde de andere. Deze sensatie mocht ze niet laten vervliegen. Doezelig, zo voelde ze zich, dromerig en totaal niet zichzelf. Ze strekte haar armen naar achter, waarop haar tengere lichaam nog langer leek. Een zachte hand wreef over haar buik naar beneden. Ze liet het toe. Zij mocht haar aanraken, daar waar de naaktheid verdween. Ze sloot haar ogen even traag, als de lichte zucht haar lippen ontvluchtte. Ze ademde diep weer in. De streling werd heviger en handen spreidden verder, waar een tong tussenbeide kwam. Voordat haar de adem bijkans ontnomen werd, dacht ze ‘Je moet toch wat op zo een zondagochtend’.