athene aan mij voorbij
Met de souplesse van een hordeloper probeer je fluks onder de steiger aan het begin van de Heiligeweg te lopen. Met gevoel voor stijl weet je telkens je voeten net hoog genoeg te tillen, dat je niet over een tussenliggende stang valt. Je laat je niet afleiden door ijs en chocola, de Hema wacht op jouw komst. In gedachte hebben ze de loper al voor je uitgelegd. Een gouden medaille wordt je omgehangen en het kassameisje zoent je bewonderend op beide wangen. Een voet bevindt zich al buiten de steiger, de ander zweeft boven de laatste tussenligger.
Je voelt, dat je te vroeg zal dalen. Je rechterschoen blijft haken achter deze dwarsligger. De souplesse is weg. Het gevoel voor stijl is weg. Ook de loper is weer terug de kelder in. Je neus heeft reeds kennis gemaakt met de straatstenen. Het is nu zaak zo onzichtbaar mogelijk weer op te staan en te doen of er niets gebeurd is. Hinkelen doen we straks in de Kalvertoren wel. Het meisje achter de kassa vraagt alleen maar of mijn neus soms verbrand is.
Plaats een opmerking