omstanders

Een oude man komt terug van de oorlog en klopt wederom aan bij de twee oude vrouwtjes in het bos. Waar zij op zijn heenreis niet voor hem wilden stoppen met dansen, deden ze nu de deur voor hem open. De man had overduidelijk niet lang meer te leven. ‘Je mag vannacht wel tussen ons in blijven slapen, met de handen onder onze hemden,’ zei één van de dames. De man trad hun woning binnen en deed zich liggen tussen de twee dames in. Zijn handen verwarmden zich onder hun beider hemden. ‘Ik… beru’ Ik… be’ ‘Ik…’ Hij probeerde ‘Ik berust’ te zeggen, maar hij had er de kracht niet meer voor. Tussen de twee dames in slaakte hij zijn laatste zucht. één van de dames ging uit bed en deed het nachtlampje aan. In een boekje zocht ze deze manier van sterven op en deed er een briefje tussen, opdat ze het hoofdstuk morgen zouden kunnen lezen. Ze deed het lampje weer uit en keerde terug in bed. Ze draaiden zich op hun zij en zo sliepen de beide dames in.

De mooie rijzige vrouw keek bij het vertellen van dit verhaal recht de zaal in. Tijdens het spel hadden we gelachen om de situatie, na moeten denken over hoe jezelf zou reageren en gegniffeld om de gevatte opmerkingen. Omstanders was tot dan toe een prachtige voorstelling, waarin twee vrouwen de onzin van gelukzaligheid proberen te achterhalen. Of dat nu eigenlijk wel bestaat, dat geluk. Maar nu had zij met haar wonderschone stem ons volkomen stil gekregen, daar wij allemaal volkomen bevangen waren door haar vertelling. De arme man, het ware slachtoffer van de twee berekenende vrouwen, wisten wij niet langer te verdrinken en de andere vrouw lag niet langer op haar borsten. Er was alleen de oude man, hij was gestorven tussen twee vrouwen in.

Onderweg naar huis zag ik in de schemer van de avond een groep mensen op een gracieuze manier afwerende bewegingen maken met een lange stok. Als je me zou vragen wat ze aan het doen waren, dan zou ik je vertellen dat ze kendo aan het beoefenen waren. Zeker weten doe ik het niet, maar dat zou niet uitmaken. We zouden dromen, dat we een meisje en een jongen waren in een land hier ver vandaan. Jij zou een prinses zijn en ik je beschermende samoerai. Ons kennende zou dat ook andersom kunnen zijn, maar vrouwelijke samoerai waren er geloof ik niet. En als je me zou vragen wie ik zou willen zijn, degeen die verdrinkt of degeen die achterblijft, dan zou ik je antwoorden degeen te willen zijn, die achterblijft. Dan zou ik jouw pijn en de pijn van het jou niet meer kunnen zien maar wel voelen, voor altijd binnenin me dragen. Ik zou dan in mijn slaap stil jouw naam blijven fluisteren. Degeen naast me zou dan wakker worden en ik zou haar over je vertellen. Heel even lijkt het dan of zij jou is. Als je nu naast me zou lopen, dan zou ik je kussen en eindelijk durven vertellen hoe gek ik op je ben.

Plaats een opmerking

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden met derden. Vereiste velden zijn aangeduid met een *

*

*