het orakel van amsterdam

Het orakel van Amsterdam heeft Pascal en mij opgedragen drie vragen te beantwoorden, waaraan ik hierbij met blijdschap voldaan heb.

1. Wat is je favoriete televisieserie, welk personage uit die serie zou je willen zijn en waarom?
Vrouwen zijn niet de vijand. U had al begrepen, dat ik wel eens lekker wilde provoceren. Half gelukte poging, geloof ik. Iemand vertelde me begin deze week, dat jongens de woorden van een meisje vaak te letterlijk nemen en dat dat juist tot problemen leidt. Dat er achter een woordenstroom nog een andere woordenstroom schuil gaat. Dat juist die vertelt, wat ze eigenlijk had willen zeggen. Kan zijn, maar jongens doen dat niet minder. Ook wij zeggen de dingen wel eens impliciet.

Maar goed, dat was niet de vraag van Aukje, al hangt het wel samen met mijn antwoord. De personage, die ik zou willen zijn, is namelijk een op de eerste aanblik gemoedelijke en vriendelijke man. Hij vindt alles wel best en als iets gedaan moet worden, iemand geholpen of iemand getroost, dan is hij degene die daar meestal zorg voor draagt. Zo op het eerste oog niet al te opvallend, maar iedereen is toch altijd weer blij, dat ook hij er is. En is hij niet een van de belangrijkste steunpilaren voor Lorelai, waardoor zij niet al te radeloos wordt? Hij heeft een al te groot hart, zijn naam is Luke Danes en hij is de eigenaar van het koffiehuis in The Gilmore Girls.

2. Stel dat je bent opgegroeid op een veeboerderij in een gehucht in Friesland. Het huis rook naar koeien, schapen en geiten. Af en toe werd je overmand door de geur van de varkensboerderij van de buurman links en de kippenboerderij van de buurman rechts. Van elk dierengeurtje is een aftershave gemaakt. Welke zou je kiezen? En van welke boerderij zou je graag boer willen zijn? Motiveer je antwoord.
Voor jaren bracht de familie de zomer immer door in de kop van Noord-Holland, dus de geuren van een boerderij zijn mij in het geheel niet vreemd. Al associeer ik ze natuurlijk wel meer met plezante dingen, dan met het harde werken, dat de realiteit is voor alle boeren in den lande. Om nog maar te zwijgen van alle regels en rampen, waardoor het voor een merendeel van de boeren onmogelijk gemaakt wordt, het hoofd boven water te houden. Maar daar heb ik dan weer alles over gehoord, tijdens het veldwerk voor mijn studie. Ze zeggen, dat boeren stugge mensen zijn. Maar als ze dan eenmaal op de spreekstoel zitten, dan gaan ze er ook niet al te snel vanaf. Maar ik dwaal af.

Aukje vraagt mij te kiezen tussen een eau de vache, een eau de brebis, een eau de chevre, een eau de poule en een eau de cochon. Bij geurwater heeft het altijd meer om beleving dan om de daadwerkelijke geur gegaan. De idee van het dier, hoe iemand dat dier inbeeldt met de daarbij behorende eigenschappen, zijn dan veel belangrijker. Ondanks films als Babe en Chicken Run zijn beide diersoorten toch vrij anoniem gebleven in de beleving van de meeste mensen. Varkens worden bijkans nog steeds verbonden aan lui en vet, waar bij kippen toch vooral aan onrust en lichtzinnigheid gedacht wordt. Niet bepaald dieren dus, waar je de boer mee op kunt als vertegenwoordiger van een aftershaveproducent. Ondanks dat schapen en geiten ook melk produceren, wordt in Nederland daarbij vooral aan de koe gedacht en daarom zou ik een koeiengeur beter vinden passen bij een bodymilk of zo een lotion voor de gevoelige huid na het scheren. Resten ons de schaap en de geit, waarvan de schaap voor mij persoonlijk de meest uitgesproken geur heeft. Het punt is alleen, dat de schaap natuurlijk gezien wordt als een volgzaam dier, een weerloos schepsel hulpeloos zonder de herder. Geiten worden dan toch meer als ondeugend gezien, dat ze soms toch net niet binnen de groep passen. Een aftershave moet dat toch wel een beetje hebben, dat het net een beetje afwijkt van het gemiddelde.

Als ik opgegroeid zou zijn op een boerderij, zou ik me daar totaal niet druk over gemaakt hebben. Ik ben dan wel opgegroeid in de stad, maar ook daar ben ik niet zo met mijn uiterlijk bezig. Dat ik dan anders zou ruiken dan mijn klasgenoten en vrienden, dat moeten ze dan maar begrijpen. ‘kZou dat echt niet verbergen gaan. De vraag is natuurlijk, zou ik vandaag de dag nog wel boer willen zijn. Stel dat iemand mij dat aanbod zou doen. Ik zou helemaal in het boerenbedrijf ingewerkt worden en ook vanuit de overheid komt de geruststelling dat de veeteelt niet langer zo tegengewerkt wordt en bij rampen eerder geholpen wordt op een verantwoorde en niet zo paniekerige manier als in het verleden. Dan zou ik eerst vragen of degene wel goed bij zijn hoofd is, om mij dat te gaan vragen. Maar degene blijkt overtuigd te zijn van mijn kunnen, dan zou ik toch kiezen voor het gemengde bedrijf, waar ik dan volgens de vraag van Aukje opgegroeid ben. Tja, en waarom? Geen van de dieren is me minder lief, dus ben ik bang dat het dan vooral een economisch verhaal zal zijn. Dat klinkt kil, maar het lijkt me dat een boerenbedrijf niet al te romantisch bekeken moet worden. Zoals ik in het begin al schreef te geloven, het is hard werken. Al blijft er de liefde voor de dieren, anders hou je het waarschijnlijk niet vol.

3. Je mag op bezoek komen bij Aukje, het orakel van Amsterdam. Welke vraag zou je haar willen stellen en wat hoop je dat ze je antwoordt of voor advies meegeeft?
Mijn vraag zou zijn te vragen hoe u vaart, vrouwe Aukje en ik hoop te horen, dat het u goed vaart. Het is een fijn gevoel te weten, hoe het met de ander gaat. In het bijzonder orakels worden maar zelden gevraagd hoe het hen vergaat, terwijl ze dag in en uit overstelpt worden met andermans problemen. Daar ik slechts een vraag aan u stellen mocht, is mijn offerande hierbij de uwe. Het ga u goed, orakel van Amsterdam. Moge liefde en vrede met u het pad bewandelen.

verbazing

Weet u… Ik ben blij, dat ik een ander nog steeds verbazen kan. Dat ik een ander nog steeds versteld kan doen staan. Dat ik voor een ander nog steeds verrassend uit de hoek komen kan. Dat er nog steeds iets te ontdekken valt. Daar ben ik blij om. En misschien ben ikzelf nog wel het meest verbaasd erom.

draaimolen

Ik wil wild springen midden in de kamer op een oud maar fijn liedje en dan draaien in de rondte in de rondte in de rondte, totdat ik draaierig op de bank in slaap val

sento

Met zijn kleine handjes pakte hij die van zijn moeder stevig vast en steunde zo op haar, terwijl hij wankel rechtop probeerde te staan. Met zijn guitig lachje keek hij mij aan, alsof hij wilde zeggen ‘Kijk eens Edwin, ik kan al staan!’. Mijn vinger had ie ondertussen stevig beetgenomen, die zou ik wel even kwijt zijn.

Zes maanden is Sento, maar ik zag hem pas voor de eerste keer. Waarom weet ik eigenlijk ook niet meer. Hij is wel een schat van baby en lijkt precies op zijn moeder. Nu ja, niet precies. Maar u weet vast wel, wat ik bedoel. Misschien zijn alle baby’s wel schattig, maar dat zou ik zo niet weten. En hij was ook zo rustig. Zijn moeder zei dat dat wel zeer uitzonderlijk was, dat het vast door mij moest komen. Dat ik daarom al wel vaker langs mocht komen, na weer een aantal van hun slapeloze nachten. Dan zou ik heel stilletjes voor hem een fijn liedje zingen gaan.

‘Zou jij geen vader willen worden?’ vroeg de vader. ‘Daar heb je er toch twee voor nodig,’ dacht ik stil, ‘en dat lijkt er gewoon even niet in te zitten.’ Zeggen deed ik het niet, dat zou het blauwe wolkje waar ik op meedreef maar hebben doen oplossen. Mijn vinger had hij ondertussen losgelaten. ‘Kun jij hem even vasthouden?’, zijn moeder ging melk voor hem in zijn flesje doen. Sento zet het meteen op een schreeuwen. Ik schrok een tel, wat deed ik nu weer? Onhandig zijn met baby’s, zou dat nu allemaal vanzelf overgaan? Maar hij was gewoon hongerig en ook een beetje moe geworden, de melk veranderde hem in een kirrende baby. Toen ik hem weer in de armen van van zijn moeder gelegd had, maakte ik nog een foto van de schat.

aanslag madrid

foto’s aanslag Madrid (rtl)
foto’s herdenking aanslag Madrid (rtl)

Mi querida I.,

Que tal, mi amiga querida? We hebben elkaar te lang niet meer gezien, maar ik denk nog vaak aan je. Hoe zou ik je ook kunnen vergeten. Vannacht droomde ik van je. Droomde dat je met de kinderen vanuit Zaragoza op weg was naar de hoofdstad. Je sleepte de tassen de trein in, onderhand met het geduld van een engel de kids in het gareel houdend. Je zwaaide nog naar je man, een droeve blik in zijn ogen. ‘Maak je niet ongerust,’ probeerde je hem te zeggen ‘maandag zijn we weer thuis’. De trein zette zich langzaam in beweging. Mi querida, je hebt me zo vaak verteld over de trein van Guadelajara naar Madrid, dat ik zelfs in mijn dromen er naartoe kan reizen. Vanmorgen werd ik wakker met angstige beelden in mijn hoofd. Que tal, mi amiga? Mas o meno? Tu vives una dia mas? Espero muy mucho que si, me desespero de situacion de esta manana pasado! Ik hoop gauw iets van je te horen.

de te para siempre,
un fuerte abrazo,
Edwin