enquête .ii.
‘Is bus eenendertig al geweest?’ vroeg hij ‘ik ben bang dat die net voor je neus wegrijdt, kijk daar, als je hard loopt kun je ‘m misschien nog halen’ de jonge man sprinte weg, als ze niet zulke goede oren had gehad had ze zijn dankuwel niet eens gehoord, weldra verdween hij achter het verkooppunt van strippenkaarten en abonnementen om zijn bus te halen. Mensen waren hier afhankelijk van bussen die soms maar een paar keer per dag reden, de chauffeurs wisten dat en waren meestal wel bereid de deur nog even open te doen voor een late passagier. Ze glimlachte, nog geen tien jaar geleden had ze ook vaak zoveel haast gehad, werk, vrijwilligerswerk, sociale contacten en vrijetijdsbesteding waren naadloos op elkaar aangesloten. Niet dat het een stressvol bestaan was geweest, oh nee verre van dat, maar het was druk. Nu deed ze het noodgedwongen wat kalmer aan. Vijftig, wat een leeftijd, aanstaande zaterdag werd ze vijftig en eigenlijk voelde ze zich nog helemaal niet zo oud. Vroeger had ze altijd het gevoel gehad dat het leven op één of andere manier heel erg anders zou zijn als je vijftig werd. En eigenlijk was er ook wel veel veranderd, vooral de afgelopen tien jaar hadden zich ingrijpende gebeurtenissen voorgedaan maar om nu te zeggen dat het leven echt veranderd was, of zijzelf. Ze werd vijftig, een paar rimpels meer en dat was het eigenlijk wel.
‘Hij zag me niet’ de stem naast haar klonk duidelijk buiten adem, ze keek, de jonge man van zoëven was naast haar op het bankje neergeploft. Rood aangelopen, hijgend, hij had de bus gemist.
’shit’ mompelde hij voor zich uit terwijl hij zijn schoudertas op de grond liet glijden.
‘had je een belangrijke afspraak?’ vroeg ze vriendelijk
‘uhu’ antwoordde hij
‘waar moest je zijn?’
‘politiebureau’
‘de volgende bus komt pas over twintig minuten, het spijt me’
‘geeft niet, U kunt er ook niets aan doen’
Een tijd lang zaten ze zwijgend naast elkaar, het begon zachtjes regenen
‘welke bus moet U hebben?’
‘zevenendertig, ik moet naar het ziekenhuis’
‘oh…’ de jonge man wist duidelijk niet hoe hij moest reageren
‘ja niet voor mezelf hoor, de dochter van een vriendin heeft pas een kindje gekregen ik ga alleen wat schone kleren brengen’
‘gelukkig maar, nu wilt U zeker weten wat ik bij het politiebureau te zoeken heb?’
‘niet in het bijzonder maar ik ben wel een beetje nieuwsgierig’
‘het is voor een interview hoor, verder niets’
‘mijn neef doet ook iets met interviewen, volgens mij is hij ongeveer van dezelfde leeftijd als jij’
‘werkt hij bij een krant?’
‘nee ik geloof iets met bevolkingsonderzoeken, ik weet het niet precies’
‘oh maar dat soort interview ga ik niet afnemen hoor, ik moet een artikel schrijven voor een krant’
‘je zult wel gelijk hebben’ ze glimlachte een beetje dromerig voor zich uit ‘ik heb ‘m al een lange tijd niet meer gesproken, mijn neef’
‘woont hij ver weg?’
‘in Amsterdam, maar ik zie dat mijn bus er staat, het was leuk je even gesproken te hebben en veel succes met je interview’
‘dank u wel, nog een prettige dag verder’
Inmiddels viel de regen met bakken uit de hemel, ze stapte in en ging achterin de bus naast een raampje zitten, de jonge man die van deze afstand door de met regendruppels bedekte ruit wel heel erg op haar neef leek zwaaide, met een brede glimlach op haar gezicht glimlachte ze terug…
Plaats een opmerking