sneeuw
Mijn kleinzoon komt zo op bezoek. Eens in de week komt hij naar mij toe in het verzorgingstehuis. Dan neemt hij de boodschappen mee, ruimt de kamer op en sorteert mijn vuile was. Zijn vriendin komt dan ook altijd mee. Het is een lieve meid, al spreekt ze geen woord Nederlands. Dan laat ik haar vergeelde foto’s zien en vertel verhalen van vroeger. Ze knikt dan en schenkt nog een thee voor me in. Soms ben ik opeens zomaar vergeten, waar ik ben gebleven met mijn verhaal. De sneeuw in mijn hoofd wist de voetstappen achter mij. Dan verzin ik wat moois voor haar. Ik mis de oude Jordaan, waar ik opgegroeid ben. Het was er misschien ooit armoedig, al hadden wij het goed.
We hadden het misschien niet breed, maar wij waren wel gelukkig. Het oude Amsterdam sterft elke dag een beetje verder en ook ik heb niet lang meer te leven. Mijn vrouw had niet eerder mogen gaan. Ik mis haar zo en leef elke dag toe naar de dag, dat ik haar weer zien zal. Soms vergeet ik dingen. Mijn kleinzoon vertelde een keer, dat het al ruim een jaar uit was met zijn vriendin en dat ze niet meer langs zou komen. Sneeuw is geen vriend, wanneer je de dingen wilt onthouden. Ik vroeg hem laatst, wanneer ze zouden gaan trouwen. Ze beloofde volgende week langs te komen, zei hij. Waarom daarbij zijn ogen rood werden, begreep ik niet. Er resten geen voetstappen achter me, de sneeuw zal mij weldra ingehaald hebben.
Plaats een opmerking