Naar de zee wil ik ’s avonds graag kijken. Vooral als de golven hoog zijn en het water al schuimend het strand bereikt, dan wil ik naar de zee gaan en urenlang in het donker luisteren naar het geweld. Luisteren naar de woeste branding. Those lost at sea and never found. Het maakt me rustig en rusteloos tegelijk, iets dat ik nimmer begrijpen zal. Iets dat binnenin gevangen zit, maar nog niet bevrijd wil worden.
We liepen over de pier naar het verste punt de zee in. De overgang naar de uitkijktoren was afgesloten, maar we konden wel bovendeks gaan en hadden daar een prachtig uitzicht op de huizenhoge golven, die zich bijkans over de schelpenwinkel heen wierpen. Het was machtig dat te zien. ‘Als we op de reling gaan staan, dan kunnen we zo het water inspringen.’ Ze keek me daarbij aan, maar diep binnenin mij zit iets nog immer gevangen. En ik zit te vast aan het hier, dat ik niet loslaten kan.
*legt rechterwijsvinger op de mond* Hoort u dat? Mooi he, dat het zelfs in Amsterdam een keer stil zijn kan. Op het zoemen van de computer na dan. Sssh… nog even ervan genieten dan. Zolang het nog kan. Stilte.
Mijn overbuurman is een wat oudere gemoedelijke Surinamer en zijn naam is Ed. Soms kan ik door de muren heen meegenieten van zijn voorliefde voor oude jazz en Toto, maar mij hoor je niet klagen. Hij moet van mijn kant ook wat vreemde geluiden te verduren hebben gekregen, wellicht luistert hij ook wel mee. ’s Morgens lopen we vaak samen de trap af, elk naar ons eigen werk en praten dan wat over voetbal en meer van dat soort mannenzaken.
De laatste paar dagen had ik hem niet meer gezien en ook zijn muziek drong niet langer tot mijn woonkamer door. Je leest de vreemdste verhalen in de krant, dus maakte ik me fluks ongerust. Zou hem misschien wat overkomen zijn? Ik belde aan, maar er werd niet opengedaan. Nu niet meteen het ergste denken, hij zou gewoon aan het overwerken kunnen zijn. De matten lagen nog over de trapleuning. Normaal leg ik ze uit gewoonte bij elk van ons voor de deur, maar ik besloot zijn mat nog over de leuning te laten. Zou de mat op een dag bij hem voor de deur liggen, dan was mijn hart gerustgesteld.
Het duurde een paar dagen, maar een morgen lag de mat er weer en kwam Ed naar buiten toe met zijn tas in de hand. ‘Goedemorgen Edwin, was je mijn deurmat vergeten?’ Hij was een paar dagen op vakantie geweest.
Naar aanleiding van de schietpartij op een school in Den Haag beweert op de radio een deskundige, dat de beveiliging op de scholen aangescherpt moet worden. Vraag ik me toch af, wie of wat beschermt dan de docenten en ander onderwijspersoneel buiten de muren van de school?
Een lichtjaar is een eenheid van afstand, niet van tijd.