aanspraak

Het is uit met haar vriendje en ze wil even met me praten, zomaar. We spreken af in De Balie. Ik bestel alvast een thee, wanneer ik haar de trap op zie komen. Bij het binnenkomen stoot ze, niet geheel per ongeluk, tegen een tafeltje aan. De koffie die op de tafel stond te wachten om opgedronken te worden, maakt een vlek op haar witte broek. De man schrikt en maakt zijn excuses. Niet veel later zit ze tegenover hem met grootse gebaren te praten. Mij heeft ze die middag niet gezien.

Zaterdagavond. Met een aantal vrienden hebben we een nieuwjaarsborrel in de Kingfisher. We hebben elkaar al een tijd niet meer gezien en het is gewoon goed elkaar weer eens te spreken. Hoe gaat het met je leven, je pasgeboren baby en hoe was die voorstelling. U kent dat wel. Het begon te behoorlijk te sneeuwen en hij kwam fashionably late binnen. Hij drinkt een biertje, praat wat met ons en maakt in het voorbijgaan een opmerking naar die zeer verleidelijke dame. Ze zegt iets terug en de rest van de avond zien we hem bij ons niet meer terug.

Ik jaloers? Wat voor hen de normaalste zaak van de wereld is, zal mij in nog geen lichtjaren overkomen. Natuurlijk ben ik jaloers. En het is niet dat ik ze het niet gun, maar leuk is in zo een geval anders.

De sneeuw knispert onder mijn voeten, wanneer ik door de Ferdinand Bol naar huis loop. ‘Ik ken jou ergens van,’ zegt een warme stem van opzij. Ze heeft mooi krullend rood haar en diepbruine ogen, lijkt een heel klein beetje op Barbara Barends maar dan mooier. ‘Ik weet het gewoon zeker,’ ze blijft me daarbij indringend aankijken, ‘geen flauwekul’. De sneeuw dwarrelt langzaam naar beneden.

Plaats een opmerking

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden met derden. Vereiste velden zijn aangeduid met een *

*

*