geluk

De regen ontnam hen het zicht op het strand, maar vanaf de pier hadden ze het mooiste uitzicht van iedereen. Uit hun rugzakken kwamen broodjes. Hij smeerde de puntjes, zij deed het beleg erop. Samen aten ze het op. Uit zijn rugzak pakte hij een grote fles cola, die hij uitschonk in een plastic bekertje. Hij gaf het aan haar. Zij schonk hem daarop de beker in.

De wereld leek die zomerse woensdag alleen voor hen te bestaan. De ene hand vond vanzelfsprekend de andere en hoog op de uitkijktoren konden ze amper dichter bij elkaar zijn. Ze hoorden kinderstemmen de trap opklimmen. Een glimlach vol betekenis.

Iemand zal hem ooit vragen, of hij gelukkig is. Dat ben ik al geweest, zal hij antwoorden.

Plaats een opmerking

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden met derden. Vereiste velden zijn aangeduid met een *

*

*