van venus komen vreemde wezens

‘Hoe kun je dat zomaar tegen me zeggen, dat je van me houdt? Wat verwacht je daar in godsnaam mee te bereiken, dat ik dan ook van je ga houden? Is dat het?’

Hij beet op zijn lip, eigenlijk wist hij het ook niet meer. De woorden waren opgelost in de mist van zijn gedachten. Resoluut liep ze met grote stappen van hem weg, de hoek om.

De deur deed hij open, zijn vrienden stonden hem op te wachten en aan zijn gezicht konden ze aflezen, hoe de vlag erbij hing. Armen werden om hem heen geslagen en bemoedigende woorden gesproken. Dat hij het na zoveel tijd in stilte toch aangedurfd had haar te vertellen. Hij plofte neer in de stoel en verzuchtte over hoe hij zich zo in haar had kunnen vergissen. ‘Haar wil ik echt nooit meer zien,’ sprak hij timide en trok een blikje cola open.

‘En en en….?’ Haar vriendin stond haar om de hoek al op te wachten. ‘Wat heeft hij tegen je gezegd? Vertel, vertel!’ Ze vertelde haar in geuren en kleuren, wat hij allemaal gezegd had. ‘O meid, dat is geweldig voor je. Je hoopte er al zolang op, dat hij het ooit eens tegen je zeggen zou. Wanneer zie je hem weer?’

Plaats een opmerking

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden met derden. Vereiste velden zijn aangeduid met een *

*

*