impliciet en indirect
‘Je bent wel aardig, maar…’
‘Je bent te lief voor mij…’
‘Het is beter, dat we…’
Laat ‘r dan gewoon zeggen, dat ze een pleurishekel aan me heeft en dat ze me nooit van haar leven meer zien wil.
we zetten een punt achter de nacht
‘Je bent wel aardig, maar…’
‘Je bent te lief voor mij…’
‘Het is beter, dat we…’
Laat ‘r dan gewoon zeggen, dat ze een pleurishekel aan me heeft en dat ze me nooit van haar leven meer zien wil.
Plaats een opmerking