zoeken naar begrip

Het was een donderdag en de regen kwam als een warme douche naar beneden over haar hele lichaam. Plotseling stopte de regen. Ze zag de waterdruppels nog wel voor haar, maar voelde ze niet meer. Ze keek opzij, een man liep naast haar. Zijn paraplu hield haar droog, terwijl hijzelf bijkans verdronk. Ze moest er om lachen. Hij zag er aardig uit, charmant ook. En ze kon het waarderen, dat hij zo aardig voor haar wilde zijn. Er was in een lange tijd niemand zo aardig voor haar geweest. Ze beet op haar lip linksonder, om haar emoties de baas te kunnen. Ze hadden afspraakjes, zoals dat heet, naar een toneelstuk van Gerard Jan Rijnders, een concert van het Kronos Quartet met Philip Glass, een film van Wim Wenders. Over een engel, die mens worden wilde uit liefde voor een vrouw. Hij was haar Damiël. En hij bracht de vreugde van het verliefdheid zijn terug in haar lichaam. De vreugde, die ze schokkend en snakkend naar adem tot zich nam, totdat hij bezweet het hoofd in haar schoot deed liggen. Hem wil ik mijn leven toevertrouwen, besloot ze, hij zal het begrijpen.

Een dag kwam hij thuis en ze zat aan de keukentafel. Een grote pot thee stond op tafel, ze had ook koekjes gehaald. Een brief van het ziekenhuis had ze in haar handen. Ze vroeg hem te gaan zitten. Ze wilde hem iets vertellen, iets belangrijks. Volgende maand heb ik een endoscopie, begon ze, dat is een onderzoek waarbij ze mijn darmen gaan onderzoeken. Ze probeerde hem uit te leggen, dat ze een chronische aandoening had aan haar dikke darm en dat die ziekte colitis ulcerosa heette. Ze vertelde hem over tien jaar geleden, een tijd waarin ontdekt werd, dat er iets mis was. Ze vertelde hem over bloedverlies, krampen, immer moe zijn en altijd zorgen dat je een extra bij je hebt. Over je altijd bewust zijn, wat je eet en drinkt. Over pijnlijke onderzoeken, waar ze meestal een week van bekomen moest. Dat ze na verloop van een aantal jaren dankzij de medicijnen een redelijk normaal leven heeft leren te leiden, al waren er altijd een aantal beren op de weg. Maar de beren waren nooit moeilijk te omzeilen geweest. Bij elke zin die zij sprak, zag zij hem van haar verwijderen. Ik heb je het niet eerder verteld, vervolgde ze, omdat ik wilde dat je me eerst beter zou leren kennen. Ze voelde hem onder haar woorden wegglipen. Dat je kon zien, dat ik een normaal mens ben. Met wat kleine ongemakken misschien, maar die zijn er vooral voor mijzelf. En ik wil je vragen, om volgende maand met mij mee naar het ziekenhuis te gaan. Hij was al weg, voordat hij de deur bereikt had. Ik moet er even over nadenken, zei hij zacht, heb even tijd alleen nodig. Hij liep de nacht in, een hond blafte.

Ze pakte haar bord van de tafel om het af te wassen en vervloekte zichzelf te denken, dat iemand haar accepteren zou. Het bord viel. Ze schrok van haar eigen woorden. De blauwe scherven lagen verspreid over de keukenvloer. Ze probeerde de scherven op te ruimen en haalde daarbij haar vinger open. Laat mij dat maar doen, zei een mannenstem. Ik heb erover nagedacht en wil niet zonder je, maar dan zul je me moeten leren om te gaan met je ziekte. Ik was bang je te verliezen, hoorde ze zichzelf zeggen, in het echt blijven ze toch altijd weg? Dit is dan ook een sprookje, besloot hij en ze nam hem in haar armen.

Plaats een opmerking

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden met derden. Vereiste velden zijn aangeduid met een *

*

*