Vanaf het balkon van de Tivoli vielen de twee onmiddelijk op. Beide ongeveer zestien jaar. Zij was in het zwart en dramatisch opgemaakt, hij was meer klaar voor een avondje Leidseplein. Arme jongen, stereotypeerden we de twee en zetten een Palm aan onze lippen.
Het zaallicht doofde, de jongen keek nog eenmaal gelukzalig naar zijn date, waarna de muziek haar aanvang nam. Samen met de deathgrunts van Fernando Ribeira zette de snoeiharde muziek van Moonspell na een paar nummers de zaal volledig op zijn kop. De jongen keek steeds angstiger opzij. Was dit dat lieve meisje uit zijn klas, deze met haar haren rondslingerende wildevrouw? Je zag het hem benauwd denken. We moesten het hem nageven, hij gaf haar niet zomaar gewonnen en probeerde dapper de muziek te waarderen door de bewegingen van zijn date te kopieëren.
Het ging niet van harte en het werd er voor hem maar niet beter op. Heb je het wel naar je zin, vroeg ze hem nog. Hij knikte tegen beter weten in. Van binnen moest hij zich zich wel voor het hoofd geslagen hebben niet eerst even naar de muziek te luisteren, maar ze leek hem zo een normale meid. Naar mate hij kleiner en kleiner werd, begonnen we het steeds zieliger voor hem te vinden. Je vriendinnetje die van goth metal houdt, terwijl jij Nothing Else Matters al hard zal vinden.
Lacuna Coil kwam op en je zag hem opfleuren. Een zangeres, hoe erg kan het dan nog worden. Ik zal u de angstige blik in zijn ogen na het eerste nummer besparen, wij denken dat hij nu wel geleerd heeft voortaan iets eerlijker te zijn.
Ondertussen hebben wij ons de gehele avond prima vermaakt. Behalve Moonspell, waren er nog twee support acts in hetzelfde genre en voor een avondje is dat best aan te horen. We kwamen immers voor het Italiaanse Lacuna Coil. Alhoewel Cristina grieperig was, werd er toch een fijn optreden neergezet vol melodieuze goth metal, waar, in tegenstelling tot de supporting acts, voldoende ruimte was voor wat rustigere nummers, zoals het prachtige Senzafine. En goths zijn grappig, had ik u dat al eens verteld?
De regen ontnam hen het zicht op het strand, maar vanaf de pier hadden ze het mooiste uitzicht van iedereen. Uit hun rugzakken kwamen broodjes. Hij smeerde de puntjes, zij deed het beleg erop. Samen aten ze het op. Uit zijn rugzak pakte hij een grote fles cola, die hij uitschonk in een plastic bekertje. Hij gaf het aan haar. Zij schonk hem daarop de beker in.
De wereld leek die zomerse woensdag alleen voor hen te bestaan. De ene hand vond vanzelfsprekend de andere en hoog op de uitkijktoren konden ze amper dichter bij elkaar zijn. Ze hoorden kinderstemmen de trap opklimmen. Een glimlach vol betekenis.
Iemand zal hem ooit vragen, of hij gelukkig is. Dat ben ik al geweest, zal hij antwoorden.
De tentstokken kwamen uit de zak en het doek werd op het grasveld uitgelegd. De zon scheen hoog op die Goede Vrijdag en uit de radio klonk de Top100 Aller Tijden. Mijn vader was nog die grote stoere man, die elke tent wel op kon zetten. En ik was nog de kleine waterdrager. Emmers heet water werden gehaald en de sponzen gingen in het sop en op de ladder ging hij om het dak van de caravan te doen blinken.
‘Black Betty,’ schreeuwde ik mee met de radio, ‘Black Betty bammalam’. ik had geen flauw idee wat ik aan het zingen was, maar ik was wel mooi samen met mijn vader aan het schreeuwen. Samen met mijn vader de caravan schoon aan het maken. De voortent werd voorzichtig door de sleuf van de caravan gehaald, waarna het tijd was voor een boterham.
‘And they follow the races and pay out the gains, with no show of outward emotion.’ We zongen het zachtjes mee, zo mooi. De plastic bekertjes voor de koffie gingen na gebruik in de vuilniszak en de stokken werden in gereedheid gebracht voor het grote werk.
A Forest bracht ook donkere wolken in de samenwerking met mijn vader, want dit moest allemaal secuur gebeuren en dat was wel eens een probleem voor deze kleine waterdrager. Maar bij de eerste tonen van Stairway To Heaven stond daar een blinkende caravan te stralen in de zon met de voortent er strak voor, klaar voor een fijne zomer in de kop van Noord-Holland. Wat was ik trots op mijn vader. En dat ben ik nog steeds, elke keer dat ik hem zie. Dat is mijn paps, zeg ik dan fier, mijn paps is dat.
‘Hoe kun je dat zomaar tegen me zeggen, dat je van me houdt? Wat verwacht je daar in godsnaam mee te bereiken, dat ik dan ook van je ga houden? Is dat het?’
Hij beet op zijn lip, eigenlijk wist hij het ook niet meer. De woorden waren opgelost in de mist van zijn gedachten. Resoluut liep ze met grote stappen van hem weg, de hoek om.
De deur deed hij open, zijn vrienden stonden hem op te wachten en aan zijn gezicht konden ze aflezen, hoe de vlag erbij hing. Armen werden om hem heen geslagen en bemoedigende woorden gesproken. Dat hij het na zoveel tijd in stilte toch aangedurfd had haar te vertellen. Hij plofte neer in de stoel en verzuchtte over hoe hij zich zo in haar had kunnen vergissen. ‘Haar wil ik echt nooit meer zien,’ sprak hij timide en trok een blikje cola open.
‘En en en….?’ Haar vriendin stond haar om de hoek al op te wachten. ‘Wat heeft hij tegen je gezegd? Vertel, vertel!’ Ze vertelde haar in geuren en kleuren, wat hij allemaal gezegd had. ‘O meid, dat is geweldig voor je. Je hoopte er al zolang op, dat hij het ooit eens tegen je zeggen zou. Wanneer zie je hem weer?’