onzekerheid
Trinity liep vanuit het metrostel in slowmotion op Neo tegemoet en omhelsde hem. Ze had even daarvoor haar leven voor hem op willen geven en ik schoot vol van de scene. Geen houden meer aan. De man naast me keek me verbouwereerd aan en ik kon tussen mijn tranen nog iets mompelen over Fisherman’s Friend. De man moet me een rare gevonden hebben. Maar ik heb de hele week al een raar gevoel over me en kan daar behoorlijk onzeker van worden.
Op het werk kreeg ik deze week tijdelijk opeens meer verantwoordelijkheden. In eerste instantie schrok ik daar geweldig van, ook al omdat ik dat helemaal niet aan had zien komen. Dan komt die onzekerheid in vlagen. Kan ik dit wel. Gaat dat wel goed. Zal ik niemand teleurstellen. Het is tot nu toe allemaal goed gegaan, maar ik heb me wel aan zitten stellen. Niet tijdens de opdracht, maar ik was nog niet in staat haar vertrouwen in mij zelfstandig te verwerken. Dan had ik te vaak een terugkoppeling nodig, om te weten dat mijn gedeelte verliep zoals bedoeld. Dan kon ze duizend keer zeggen, dat ik het volgens haar de eerste keer echt al begrepen had en ik het meer dan goed deed, maar dat wilde maar niet tot me doordringen. En op het moment schiet ik al vol bij de gedachte, dat iemand zo snel zo een groot vertrouwen in mij heeft. Daar kan ik dan gewoon niet bij.
Eigenlijk is die onzekerheid eerder begonnen. Als ik heel eerlijk ben. Iemand is onlangs als een warm mes door zachte boter mijn zorgvuldig opgebouwde vesting binnengedrongen en ik weet niet zo goed, wat ik met mezelf aanmoet op het moment. Eerst wilde ik het niet toegeven. Niet aan mijzelf en zeker niet aan iemand anders. Dan zei ik, dat ik het niet zeker wist. Dat het iets is, dat wellicht en misschien langzaam groeien moet. Als ik het me al niet verbeeld. Dat ik er maar één uit duizenden ben, zo niet miljoenen. Wie ben ik dan, om op een dergelijk bespottelijk idee te komen. Mijn handen gebonden, mijn geest in de war en mijn maag in de knoop. Mijn hart gestolen. Of weggegeven, misschien is dat een betere omschrijving. Weggegeven. En ik zou niets liever willen, dan vragen of zij ook maar iets om mij geeft. Ook al is het maar een heel klein beetje. Ik zou niets liever willen, dan dat ik een kleine stap in die richting zou durven zetten. Naar een ‘nee’ of wellicht wel een ‘misschien’. Daar is die onzekerheid eigenlijk allemaal begonnen.
En het is niet, dat dit allemaal mij verdrietig, wanhopig of desperaat maakt. Ik kan u in alle eerlijkheid vertellen, dat ik mij in lange tijd niet zo gelukkig gevoeld heb als dat ik nu doe. Ook bij een ‘nee’ zou dat totaal niet veranderen. Niet helemaal. De laatste tijd zorgen een aantal mensen, zowel oude vrienden als nieuwe bekenden, dat mijn leven behoorlijk opgeschud wordt en ik laat dat allemaal gebeuren. Bekijk het later wel eens van een afstandje en bijt daarbij met een glimlachje op mijn lip linksonder. Maar het maakt me toch ook onzeker. Een beetje. Soms gaat het een allemaal een tikkie te snel. Zijn de veranderingen in mijn anders zo kalme leventje te vlug. Niet dat ik het niet wil laten gebeuren, maar het maakt me soms onzeker.
Maar onzekerheid is goed.
Plaats een opmerking